Activiteiten & Actueel

Excursie Biotopentuin Le Petit Paradis te Son, do. 17 mei 2018

Vorig jaar hebben we een excursie gehad in de Skandiawijk in Geldrop. Het onderhoud wordt daar voornamelijk verzorgd door Danny Alards van Tree-D boomverzorging met ondersteuning van Chris vd Wurff. Onlangs is Danny eigenaar geworden van Le Petit Paradis, in het buitengebied van Son.

 

Het is een speciale tuin, die ongeveer 20 jaar geleden werd ontworpen door de tuinman van Frits Philips, Wim Korenberg. De biotopentuin staat vol bijzondere flora en fauna en via zijn bedrijf is hij specialist in de aanleg en het onderhoud van bijzondere bomen en natuurbelevingstuinen. Hij heeft nog allerlei ideeën met zijn “paradijs”. Danny zal ons rondleiden in zijn bijzondere biotopentuin.

 

We worden verwacht om 19.00 uur bij Danny Alards, Driehoek 8nst 5691 NE Son. Graag op tijd aanwezig zijn. Vervoer op eigen gelegenheid. Neem evt. contact op met een andere vaste deelnemer van de kerngroep als u zelf geen vervoer hebt.  

 

Excursie Magnoliatuin, Leende, kerngroep Dendrologie do.19 april 2018

Deze excursie op do.19 april 2018 is al vroeg in het jaar. Hopelijk staan er al veel magnolia’s in bloei, maar dat is altijd afwachten. Hoewel we een zachte winter hadden is er toch nog een flinke koude periode geweest met serieuze nachtvorsten. Het zal dus een verassing worden. Maar veel of weinig bloemen, het is een tuin die altijd heel bijzonder is met een enorme verscheidenheid aan bomen en planten.

 

De tuin zelf bestaat al ongeveer 80 jaar. Bijna 50 jaar geleden is begonnen met het verzamelen van voornamelijk magnolia’s vanuit de hele wereld. Onder de bomen zijn heel veel schaduwplanten verwerkt waardoor mooie combinaties zijn ontstaan. Bovendien wordt dit nog versterkt door de zelfgemaakte keramische beelden. Al met al een bijzondere tuin.

 

We worden verwacht om 19.00 uur bij Mevr.Rutten,  Zevenhuizen 1,  5595 XE Leende. Vervoer op eigen gelegenheid. Graag tijdig aanwezig zijn. Neem evt. contact op met een “vaste“ deelnemer van de kerngroep voor het vervoer als u dat zelf niet hebt. 

 

Thema-avond Dendrologie Bonsai, deel 2 dd. 15 maart 2018 ( GAAT NIET DOOR )

LET OP:  onderstaande aktiviteit gaat niet door om gezondheidsredenen van Ruud van Doorn  

 

Ruud van Doorn  van Doorn zal voor ons weer een avond verzorgen als vervolg op het vorige seizoen.

Toen kwam een aantal zaken aan de orde zoals de verschillende technieken die gebruikt worden, grondsoorten, gereedschap ed.

Deze keer zal hij een demonstratie geven hoe een bonsai gevormd kan worden.

Datum: donderdag 15 maart 2018 in de filmzaal/educatieruimte van het Klok en Peel Museum, Ostaderstraat 23 in Asten. Aanvang 20.00u. Leden van Gr&Bl hebben gratis toegang. Kosten niet-leden € 2,-- pp.


Thema-avond dendrologie VRAGENAVOND dd. 15 feb.2018

 

Ook dit jaar is er weer gelegenheid om aan onze specialisten Chris, Willy en Huub uw vragen te stellen over allerlei problemen waar u tegen aan loopt bij het aanleggen en onderhouden van de tuin.

Problemen met plantenziektes, bodem, bemesten enz. enz. U kunt natuurlijk ook een foto, een monster of een tak e.d. meebrengen wat kan bijdragen aan een zo goed mogelijke oplossing.


Donderdag 15 februari 2018 in de filmzaal/educatieruimte van het Klok en Peel Museum, Ostaderstraat 23 in Asten. Aanvang 20.00u.

Toegang niet-leden € 2,--


Thema-avond kerngroep dendrologie "Meststoffen" dd. 18 jan.2018

Waarom zouden we een tuin eigenlijk moeten bemesten?

En hoe zouden we dat dan het beste kunnen doen?

Chemisch? Biologisch? En wat verstaan we dan onder biologisch?

Een plant is in principe een lui wezen. Hij kan niet zonder hulpstoffen.

Willy van de Vorst gaat vertellen over mycorrhiza, over bodemschimmels, over plantenwortels, over symbiose en wat dat allemaal voor een plant kan betekenen.

Donderdag 18 januari 2018 in de filmzaal/educatieruimte van Klok en Peel Museum, Ostaderstraat 23 in Asten. Aanvang 20.00u.

Toegang niet-leden € 2,--


Terugblik thema-avond dendrologie "Bomen voor de toekomst" dd. 21dec.2017

Door: Huub van den Boomen

Riet opende de avond door de 25 belangstellenden te verwelkomen en uit te leggen wat Huub zou gaan bespreken. Verder vertelde ze dat er na de pauze een verrassing zou zijn!

Voor de pauze liet Huub ons via PowerPoint 28 door hem gekozen bomen zien. Na de pauze vervolgde hij dit tot 64 bomen.
Na de pauze was de verrassing dat er een gedicht over bomen (van Arnold de Boer uit Asten) werd voorgelezen door een van onze trouwe belangstellenden: Dolf Verburg uit Someren.

(Zie onderaan verslag)

Iedere boom die Huub had gekozen als boom voor de toekomst had zijn specifieke eigenschappen.

Dit waren de meest opvallende:

Bomen met mooie bast en/of mooie herfstkleur

Acer griseum (iets zuurdere grond), Acer trifolium, Amelanchier Rainbow Pillar, Cornus kousa Milky Way, Nyssa sylvatica (natte grond, bijenboom), Malus Everest, Acer rubrum Scanlon, Betula utilis Doorenbos.

2. Zuilvormige bomen

Quercus palustris Green Piller, Magnolia kobus Isis, Ginko biloba Tit, Quercus warei Kindred Spirit, Parrotia persica Jodrell Bank, Acer campestre William Caldwell, Taxus baccata Fastiegata, Carpinus betulus Lucas.

3. Bolvormige bomen en goed snoeibare (lei)

Liquidambar styraciflua Gumball, Quercus palustris Green Dwarf (iets zuurdere grond), Cercidiphylum japonicum, Parotia persica Vanessa (kan tegen nat en droog), Ilex Netty Steven, Acer campestre Elsrijk.

4. Groenblijvende

Pinus sylvestris in soorten, Pyrus communis, Juniperes virginianum Sky Rocht, Quercus rysophylla Maya (vorstgevoelig)

5. Bomen die goed in steden geplant kunnen worden.

Platanus orientalis Minaret (kan goed tegen fijnstof), Pinus sylvestris, Acer campestre Red Skin (alle grondsoorten), Liquidambar styraciflua Worplesdon (mooi voor lanen), Acer platanoides Royel Red, (lanen), Celtis australis (Netelboom, ongevoelig voor luchtvervuiling).

6. Bomen met zomerbloei

Frangula alnus Fine Line (mei tot september, droge grond), Styrax japonica June Snow (witte bloemen en geur.

7. Bomen die in de schaduw groeien en bloeien

Stuartia rostrata (bloem wit-roodachtig), Zelkova serrata Variegata (loopt roze uit, bontbladig)

8. Bomen voor kleinere tuinen

Acer campestre Nanum, Frangula alnus Fine Line (meer struik), Sorbus commixta Dodong (struikvormig smal), Cornus controversa Pagode (Weddingcake Tree), Euyonimus Hamilton, Carpinus carolimana (leemgrond), Zelkovia persica Variegata.

9. Nieuwe onbekende bomen

Magnolia Kobus Isis, Liquidambar styraciflua Slenden, Heptacodium miconioides (1980), Metaseguoia glyptostroboides (1950), Parotia persica Jodrell Bank, Tillia henryana.

De Fagus sylvatica is geen toekomstboom omdat hij echte winters nodig heeft.

Het was weer een zeer interessante avond met heel veel informatie over 64 bomen en Huub had er nog meer: goed voor een volgende keer! Huub ontzettend bedankt!

Henny Custers 

Adres verkoop praktische trappen voor bv. snoeiwerk:

Karel Goossens, Gevaartsestraat 77 B-8020 Oostkamp België

Website: www.buxuskwekerijgoossens.be


Gedicht van Arnold de Boer uit Asten

Zorg dragen

De bomen laten alles los

hun zorgen vallen gestaag

en vormen rond de stam

een bladerlaag van oude zorgen

die langzaam verteren tot stof

voor nieuwe kleren:

Onbeschreven bladeren

waar de bomen

in hun winterdromen

al over moederen en vaderen...


Terugblik thema-avond dendrologie "Nieuwste inzichten in snoeien" dd. 16nov.2017

Door: Willy van de Vorst

Riet opende de avond door de 25 belangstellenden te verwelkomen en gaf daarna het woord aan Willy.

Willy begon met te vertellen dat de manier van snoeien sinds zijn studie voor hovenier steeds weer is veranderd.

Destijds snoeide men een tak helemaal tot aan de stam. Later bleek dat dit heel slecht is. Er ontstaat dan een grote wond waardoor rottingsmechanismen (met name schimmels) vrij spel hebben om zich door de hele boom te verspreiden. De boom kan dan afsterven.

Nu wordt een tak met maximaal 20% van de stamomvang gesnoeid. Is de tak te dik dan neem je 1/3 van de tak weg.

Wat heel belangrijk is: snoeien doe je in de zomer. Ook dit was vroeger anders: toen werd er steeds in de winter gesnoeid. (En nu nog heel vaak!!)

Waar de tak is gesnoeid ontstaan op de knopen nieuwe takjes in het rond waardoor er een soort parapluvorm ontstaat. Deze vorm past niet mooi in de vorm van de kruin.

De nieuwste manier van snoeien waar het deze avond over gaat, heet Fracture Pruning: het gecontroleerd laten afscheuren van de tak. Men past dit toe bij breuksnoei en stormschade. Door de schuine breuk van de tak wordt het cambium getriggerd waardoor de knopen helemaal langs de rand gaan uitlopen. Zo wordt er via een natuurlijke weg een nieuwe binnenkroon gevormd.

In de praktijk wordt dit nu ook door hoveniers toegepast. Willy liet ons een filmpje zien van Hoek hoveniers waarop te zien is dat heel bewust Facture Pruning wordt toegepast: men zaagt de tak dus schuin in en daarna gaat de tak zelf verder afbreken. De stam mag niet beschadigd raken daarom wordt net voor de stam een zaagsnede in de tak gemaakt. Niet iedereen is enthousiast over deze methode want "het ziet er niet uit" wordt vaak gezegd!

Na de koffiepauze kwamen er verschillende onderwerpen aan de orde.

Riet liet een filmpje zien met de titel: de boom twittert dat hij dorst heeft!

Op de stam van een boom was allerlei apparatuur aangebracht die signalen doorgaf als de boom water kon gebruiken.

Zo was er ook een filmpje waarop te horen was (via apparatuur) dat de boom muziek maakte.

De iepenziekte kwam ter sprake. Dit wordt veroorzaakt door de Iepenspintkever. Een boom krijgt deze ziekte alleen als hij verzwakt is. Op de film zag men hoe in den Haag ieder jaar 9000 iepen op de stam in horizontale richting om de 10 cm een injectie kregen tegen deze ziekte.

Momenteel heerst de Essenziekte: ook dit gebeurt weer als de boom weinig weerstand heeft.

Zo kwamen er nog wat ziektes langs.

De conclusie van de avond was, dat ondanks alle wetenswaardigheden die vanavond langs kwamen, we nog steeds heel weinig van bomen weten! Dit was maar een klein stukje van het verhaal!

Willy, alles bij elkaar een hele leerzame en interessante avond. Bedankt hiervoor! Ook Riet bedankt voor de aparte filmpjes!

Henny Custers.

 

Terugblik thema-avond dendrologie: "Boombasten" deel 2 dd. 19 okt.2017

Door: Riet van den Boomen


Riet opende de avond door de 18 belangstellenden te verwelkomen. Ze legde uit dat op deze avond het tweede deel werd behandeld van Boombasten (het eerste deel werd in maart van het vorige seizoen behandeld). Reisden we de vorige keer door Europa, Azië en Afrika, nu nam ze ons mee door Oceanië en Amerika.

Net als vorige keer had Riet weer veel ongelooflijk mooie afbeeldingen verzameld waarbij ze telkens uitleg gaf. De meest opvallende zullen aan bod komen!

Behalve dat we hele mooie verkleurende basten te zien kregen, zagen we ook onvoorstelbare vormen van stammen en takken! Als extra kregen we ook vaak de bloeiwijze en vruchten te zien van de betreffende boom.

 

Eerst gingen we naar Oceanië.

We zagen de Boomvaren met zwarte stam, de Slangenden, de Austr. Grasstree, deze groeit maar 1 cm per jaar, heeft een prachtige bloeiwijze. De Eucalyptus (Gomboom) waarvan er wel 700 soorten zijn. De E. Pauciflora had een onvoorstelbaar mooie bast: het leek wel een modern schilderij, evenals de rode Gomboom! Niet te geloven!

De Flessenboom die water opslaat in de flesvormige onderkant, een aparte tak-aanzet heeft en tegen heel wisselende temp. kan (van -10 tot 50 gr.).

Dan nog de Hoepelpijnboom. Is meer dennentakachtig en stoot de bast cirkelvormig af, dus horizontaal, wat een streepeffect geeft.

 

Nu komen we in Amerika:

Ook hier zagen we weer een grote verscheidenheid aan bastverkleuringen en -groeiwijzen.

Opvallend de Wurgvijg, een boom die een andere boom compleet kan overgroeien! Een volgroeide boom leek wel kantwerk! Prachtig!

De Cabbagetree: de binnenkant bast smaakt echt naar kool!

De Koningspalm: deze staat op de vlag van Cuba.

Bij de Driehoekspalm is de stam echt driehoekig.

Aan de westkust groeit een Amerikaanse Aardbeienboom van 30m hoog en 2m. De stam is bruin.

De Kust-Mammoetboom (Sequoia sempervirens en Sequoia Giganteum ). Deze laatste is zeer bekend als de tunnelboom en staat in het Sequoia National Park. Hij is meer dan 1000 jaar oud. Deze tunnelboom is zo genoemd omdat men er in het midden door kan rijden. In januari van dit jaar is deze omgevallen door ouderdom of wateroverlast.

In Californië zagen we de Pinus longeave (= langlevend), deze bristlecone-den groeit op 3000m. en kan zowel tegen hitte als koude. Het is de oudste boom van de wereld! Niet voor te stellen wat een prachtige stammen deze boom heeft! Geweldig!

Pinus densiflora, Japanse rode den uit Korea. Heeft een rode stam die van onder af steeds grijzer wordt. Bovenkant groeit in paraplu-vorm.

Washingtonia robusta en filifera hebben een groene rok.

Mexicaanse grasboom, 100 jaar oud, bladeren van 2 meter en kurkachtige stam. Weer zo'n kunstwerk van de natuur!

Acacia shpaerocefalia: heeft symbiose met mieren en hoorns op stam van de boom.

Scheerkwastboom: bloemen met hele lange meeldraden, lijkt op scheerkwast.

Braziliaanse druivenboom: zéér bijzonder! Bloemen bloeien op de stam en later de vruchten!

 

Riet, het was echt geweldig en bijna onvoorstelbaar dat dit allemaal in de natuur te zien is!! Dank je wel voor de geweldige avond. Veel werk geweest maar zeker de moeite waard!


Henny Custers.

 

Terugblik thema-avond Dendrologie donderdag 21 september 2017

Door: Chris van der Wurff en Huub v.d. Boomen


Op de eerste avond van het nieuwe seizoen verwelkomde Riet v.d. Boomen 18 belangstellenden.

Het scherm, voor de Powerpoint over Ander fruit, stond al klaar. Ook lagen er weer heel verschillende takken om later door te geven bij het bespreken van heester/boom van het "andere fruit"

Chris vertelde dat ze bij het selecteren van de heesters en bomen ervan uit waren gegaan dat de betreffende heester/boom in ieder geval in ons klimaat buiten te kweken is.


In de loop van de avond werden de volgende nootachtigen besproken:

  1. Fagus sylvatica. De beukennoot

  2. Juglans regia. De walnoot: (Boucaneer en Coenen)

  3. Castanea sativa. Kastanje: (Broadview is heel goed)

  4. Prunus dulcis. De Amandel: Bevat blauwzuur dus niet teveel van eten!

  5. Juglans cinerea. Boternoot, grijze of zwarte noot.

  6. Juglans cinerea x ailantifolia. (China, hardgroene noten in trossen die erg kleven)

  7. Pinus pinea. (pijnboompit)


Planten waar men thee van kan zetten:

  1. Toona sinensis. Van het blad en jonge scheuten. Smaakt naar uiensoep.

  2. Hydrangea serrata amagiana. Het kookproces maakt de thee zoet.

  3. Sytisus scoparius. De thee is verzachtend.

  4. Akebia trifoliata. Thee van de jonge blaadjes.


Eetbare delen:

  1. Phylostachys shanghai (bamboe). De jonge scheuten zijn eetbaar. De aurea is zoeter dan vivax.

  2. Humus lupulus. Hop. De hopscheuten, gestoomd, smaken als asperges maar bitter.


Vruchten die men zo kan eten en/of als jam, moes of gelei:

  1. Asimina triloba. (Prairiebanaan) heeft ook mangosmaak en veel pitten. Vincent van Gogh. Deze plant heeft een kronkel in de tak. Een tropische vrucht uit onze tuin!

  2. Vaccinium vitis-idaea. Rode bes of Vossenbes. Moet nat en zuur staan. Laagblijvend.

  3. Vaccinium corymbosum. Amerikaanse bosbes.

  4. Vaccinium myrtillus. Bosbes. Heeft bep.schimmel en schaduw nodig.

  5. Vaccinium macrocarpon. Granberry

  6. Gaylussacia baccata. Zusje van de bosbes. Goed eetbaar.

  7. Vacccinium Pink Lemonade. Wintergroen en roze bessen.

  8. Amelanchier alnifolia. Krentenboompje.

  9. Lycium barbarum. Lange takken met bloem en bes tegelijk.

  10. Aronia melanocarpus. Appelbes.

  11. Mespilus germanica. Mispel (Westerveld is goed).

  12. Decasnea fargesii. Augurkenstruik

  13. Cornus mas. Gele kornoelje. Rode eetbare bes.

  14. Cornus kousa. Vruchtjes en jong blad eetbaar.

  15. Prunus armaniaca. Abrikoos. Liefst leiden tegen warme muur. Let op vorst!

  16. Prunus serotina. Vogelkers. Is zwart eetbaar.

  17. Malus domestica. Sierappel.

  18. Gaultheria procumbens. Bergthee

  19. Rubus ursinus. Braam.

  20. Rubus ursinus x idaeus. Framboos.

  21. Rubus fruticosum. Wilde braam.

  22. Cudrania tricuspidata. Chinese Aardbeienboom.

  23. Vitis vinifera. Druif. Boskoop glorie of vroege van der Laan.

  24. Hippophae rhamnoides. Duindoorn vit.C!

  25. Chaenomelis cathayensis. Japanse dwergkwee. Hele grote vrucht.

  26. Rosa rubignosa. Vit.C.

  27. Arbutus unedo. Aardbeienboom.


Het was weer een hele interessante avond Chris en Huub! Bedankt hiervoor namens alle aanwezigen!


Henny Custers


Na het afsluiten van deze avond vroeg Riet opnieuw even alle aandacht! Ze gaf aan dat ze nu 7 jaar lang de dendrologie-avonden heeft georganiseerd en per 1 januari hiermee gaat stoppen! Ik stop dan ook met de verslagen maken. Ze vroeg de aanwezigen na te denken wie dit zou willen overnemen en dit ook door te geven aan belangstellenden die nu niet aanwezig waren.

Riet wil graag voor half november weten wie zich beschikbaar stelt!


Het is niet echt heel veel werk: 1x per jaar in de zomer een vergadering met de deskundigen om het nieuwe programma samen te stellen en door te geven aan Groei en Bloei. Daarnaast natuurlijk 1x per maand zorgen dat de betreffende gegevens worden doorgegeven.


Als er geen gegadigden zijn gaat afdeling Dendrologie helemaal stoppen !!!


Voor meer informatie is Riet te bereiken via rvandenboomenpeters(at)gmail.com



Excursie Skandiawijk Geldrop, 18 mei 2017

Met Chris van der Wurff en 23 belangstellenden maken we kennis met mevrouw Carla Beerens (voorzitter) en de heer Stan Mikkers (bestuurslid) van de groencommissie van de Skandiawijk in Geldrop. Zij vertellen over het ontstaan van de wijk. Barones Van Tuyll van Serooskerken die de gronden die behoorden bij het kasteel van Geldrop, in bezit had, bepaalde bij de verkoop daarvan aan Philips dat er wel gebouwd mocht worden maar dat het geheel een parkachtig aanzien moest houden.

 

Er zijn 286 huizen gebouwd in een Skandinavische stijl, wat o.a. duidelijk te zien is in de raampartijen en wat ook de naam van de wijk verklaart.

 

Begin jaren ’50 waren de meeste huizen in de Skandiawijk in eigendom van Philips en bedoeld voor Philipsmedewerkers in hogere functies. De gemeente en Philips hebben in die tijd afgesproken dat, voor een gedeelte van de wijk wat de groenvoorziening betreft, een parkachtig aanzien zou worden nagestreefd in een Engelse landschapsstijl

 

Het zou daarbij gaan om de voor- en zijtuinen en dat betekende dat er ook geen erfafscheidingen geplaatst mochten worden.

 

In de jaren ’70 kregen de bewoners de gelegenheid om hun huis te kopen en op drie huurwoningen na zijn alle huizen inmiddels in eigendom.

Maar men werd daarbij wel verplicht om een notariële akte te ondertekenen waarbij men zich moest houden aan de oorspronkelijke afspraak wat de tuinen betreft. En dat zou, bij doorverkoop aan toekomstige bewoners, ook blijven gelden. Iedere eigenaar van een huis moet ook een bijdrage betalen voor het in stand houden van deze unieke groene wijk.


VvGH Skandia betekent Geldropse Vereniging van Grond- en Huiseigenaren Skandia en is opgericht op 1 mei 1974. Hierin zijn alle eigenaren vertegenwoordigd en zij zorgt dat de oorspronkelijke doelstellingen worden nageleefd. Men wil hiermee bereiken dat de wijk parkachtig, uniek en groen blijft. De vrijwillge groencommissie en de ledenvergadering bepalen hierin wat er wel en niet kan/mag in de wijk. Het is natuurlijk onvermijdelijk dat dat discussie oplevert, maar men komt altijd wel tot overeenstemming.

Groot onderhoud van de tuinen wordt door een hovenier uitgevoerd.


Vervolgens maken we een wandeling door de wijk waarbij we door de enorme bomenkennis van Chris de bijzonderheden te horen krijgen.


Door de jaren heen hebben Danny Allards van Tree-D boomverzorging en Chris een heel bijzondere verzameling aangeplant. Op enkele plaatsen staan ook beeldbepalende bomen.



Een kleine selectie:

Betula albosinensis - Chinese rode berk

Halesia carolina - Sneeuwklokjesboom met mooie boombast

Cotinus coggygria 'Royal Purple' - Pruikenboom

Stewartia pseudocamellia - Schijncamelia/boomcamelia (herfstkleur)

Hamamelis x intermedia - Toverhazelaar

Acer davidii “Carmen” - Esdoorn

Koelreuteria paniculata - Chinese vernisboom

Acer trifloru - Esdoorn (herfstkleur)

Magnolia acuminate - Augurkenmagnolia

Acer saccharinum - Witte esdoorn, zilveresdoorn

Cercidiphyllum japonicum - Katsuraboom, koekjesboom

Tilia maximowicziana - Middelgrote Japanse linde. Zeer grote bladeren!

Nyssa sylvatica - Tupeloboom (herfstkleur). Staat vaak in moerasdelta


Veel bomen staan nu nog in een grasmat wat niet goed is voor een boom. Dat wordt in de loop van de komende tijd aangepast, waarbij de boom een ruime boomspiegel krijgt met aangeplante onderbegroeiing en/of een mulchlaag. Ook de boompalen zijn milieuvriendelijk door het acaciahout dat hiervoor gebruikt wordt.

Het is jammer dat de wijk zo weinig bekend is bij groenliefhebbers. Het is zeer de moeite waard om in alle jaargetijden meerdere malen de wijk bezoeken om te genieten van alle boomvormen, boombasten, bloeiwijze en herfstkleuren!!! Het is een prachtig voorbeeld hoe men met groenaanplant in een wijk om kan gaan.

Hartelijk dank aan mevrouw Beerens en de heer Stan Mikkers voor de ontvangst en rondleiding. Daarnaast onze welgemeende complimenten voor het vele vrijwillge werk van de groencommissie, de hovenier en andere medewerkers, en voor het prachtige resultaat van al jullie inspanningen.


Ook bedanken wij Chris van harte, niet alleen voor de deskundige en enthousiaste rondleiding, maar vooral omdat hij ons alweer uit de nood geholpen heeft!!!


Riet van den Boomen

 

Terugblik thema-avond dendrologie: Bezoek aan tuin Frans van Eijk

Bomenherkenningskwis bij Frans van Eijk

 

Zo’n 25 dendrologen durfden het aan om zich op de proef te laten stellen op hun kennis over bomen.


Frans heeft 2 jaar gelden een singel aangeplant van 4 m. breed en 200m lang met stekken van houtige gewassen die hij gekregen, gekocht of zelf gestekt had. Hij wist niet alle namen van deze stekken en hij dacht dat het een leuk idee zou zijn om de leden van de werkgroep dendrologie er eens naar te laten kijken. Frans had 53 stekken genummerd en Chris van der Wurff is van te voren gevraagd om ze van naam te voorzien.


Iedereen kreeg een formulier waarop alle namen, zowel de Nederlandse als de wetenschappelijke/Latijnse naam, stonden en de aanwezigen werd gevraagd het goede nummer bij de juiste stek te zetten.

We hadden de pech dat het de nacht ervoor gevroren had waardoor het net uitgelopen jonge blad hier en daar bevroren was wat het nog moeilijker maakte.


Toch liet men zich daar niet door weerhouden en men ging welgemoed aan de slag. Sommigen werkten individueel, anderen in duo’s of in grotere groepjes. Er waren geanimeerde discussies en men leerde van elkaar.

Na enige tijd ging Chris met de hele groep alle bomen langs om uitleg te geven. Alleen nr. 26 bleef een twijfelgeval. Is het een Fraxinus? De tijd zal het leren.


Na afloop was er tot onze verrassing ook nog koffie, thee en cake.


Frans en familie, hartelijk dank voor de gastvrijheid en de plezierige en leerzame avond!

Ook dank aan Chris voor zijn bijdrage van tijd en kennis!


Riet van den Boomen

Terugblik thema-avond "Bijzondere boombasten", 16 maart 2017

Riet van den Boomen heet 25 belangstellenden welkom, waarna zij haar presentatie begint over boombasten wereldwijd. Dit naar aanleiding van het boek “Bark” van Cédric Pollet, een Franse fotograaf die over de hele wereld bijzondere boombasten heeft gefotografeerd.

Na een zeer uitgebreide zoektocht op internet presenteerde zij een overzicht van mooie, soms bizarre en ook spectaculaire boombasten. Er is op dit gebied zoveel moois te vinden in de natuur! Zeker als we de moeite nemen om naar de vaak bijzondere details te kijken.

De reis werd gestart in Europa, waar, hoewel bescheiden, toch zeker ook heel mooie basten te zien zijn. Kijk bv. maar eens naar een jonge beregende tak van de grove den in onze Nederlandse bossen.

Basten van plataan, taxus, populier, tamme kastanje, olijfboom, zeeden, parasolden, kurkeik en de Griekse aardbeiboom waren te zien.

Vervolgens ging de reis verder naar Azië. De regenboogeucalyptus m.n. heeft op een bepaald moment in het seizoen een bast in allerlei kleuren waarvan je zou denken dat dat niet echt kan zijn. En dus een goed gekozen naam!

De mooie lipstickpalm, de echte kaneelboom, bamboesoorten, prunus, berk, schijniep, esdoornsoorten, kweepeer enz. kwamen aan bod. De enorme verscheidenheid in de natuur is spectaculair als je het wilt zien.

Vervolgens reisden we door naar Afrika waar vooral de indrukwekkende boomsoorten en -basten van Namibië, van het eiland Socotra bij Jemen en van Madagaskar getoond werden. Hier werd ook duidelijk dat bomen voor zowel mens als dier nuttig en noodzakelijk zijn.


Het is bijzonder om te zien waar bomen toe in staat zijn. In barre omstandigheden toch kunnen groeien en bloeien. In optimale omstandigheden tot volle en natuurlijke wasdom en bloei komen. En daarbij ook nog fantastisch mooi zijn om naar te kijken door hun grote verscheidenheid aan vormen en details!


In het nieuwe binnenseizoen vervolgen we onze wereldreis naar Oceanië en naar Amerika, waar ook heel veel moois te zien is op het gebied van boombasten.


Met dank voor de aanvullingen van Chris en Huub.


Riet van den Boomen

Terugblik thema-avond "Niet te missen coniferen !", 16 februari 2017

Hoewel coniferen niet direct ieders favoriete onderwerp zijn konden er toch 18 belangstellenden verwelkomt worden.


Huub van den Boomen gaf, aan de hand van een powerpointpresentatie, samen met Willy van de Vorst een overzicht van mooie en goede coniferen. Dat overzicht werd ondersteund door vers geknipte takken die zij hadden meegebracht.

Er is een enorm aanbod van coniferen, zeker in de gecultiveerde soorten. Maar Huub en Willy beperkten zich tot de “wilde” soorten. Doordat Huub er zich voor deze avond zo in verdiept had, gaf hij aan dat ook hij er veel van geleerd had.


Voor alle duidelijkheid: alle naaktzadigen behoren tot de coniferen en veel soorten komen uit Noord-Amerika. Men denkt vaak dat coniferen het hele jaar door groen zijn. Dat is niet het geval. En zijn diverse soorten die hun naalden in het najaar laten vallen.


“Bomen gaan niet dood door ouderdom, maar door omstandigheden”.


Er is keuze uit allerlei vormsoorten zoals zuilvormen, bodembedekkers, treurvormen, dwergvormen, kleine, grote en héél grote bomen.


Belangrijk is natuurlijk om n.a.v. de groeivorm van de conifeer de juiste standplaats te kiezen. Een enkele solitaire zuilvorm bijvoorbeeld kan een tuin zeker iets extra’s geven.


Soorten die aan bod kwamen, (zodat geïnteresseerden meer informatie nog kunnen opzoeken op bv. Internet):


Taxus baccata: alles van de taxus is giftig behalve het vruchtvlees van de bessen, die in het tweede jaar eetbaar zijn. Het snoeisel wordt gebruikt voor het maken van een medicijn tegen kanker. Goed te gebruiken als haag. T. dovastoniana: een aparte soort met een sierlijke vorm. T. fastigiata: groeit meer in de lengte dan in de breedte, een Ierse soort, langzame groeier, geschikt voor een kleine tuin.

Tsuga canadensis heterophylla: ofwel Helmlockspar. Kan in goede omstandigheden wel 60m hoog worden.

Thuja (Levensboom): meerdere soorten. Alle thuja’s geuren. Goed geschikt voor hagen. Heeft duurzaam hout. Er zijn ook soorten in zuilvorm. In Canada en Amerika tot 100m. hoog!

Pseudotsuga mensiezii (Douglasspar): wordt in Nederland gebruikt voor productiebossen.

Taxodium distichem (Moerascipres): naaldverliezend.

Pinussoorten (Den): P. sylvestris: grove den/vliegden, opgaande takken. P. strobus: mooi als ze jong zijn, gevoelig voor wolluis. P.pParviflora “Glauca”: blauwe naalden

Metasequoia (Watercipres): naaldverliezende boom, “levend fossiel”. Mooie herfstkleur. Goed te snoeien.

Sequoia sempervirens (Kustmammoetboom): zwaar bedreigt door houtzaagbedrijven door de rechte stammen en de goede kwaliteit van het hout.

Sequoiadendron giganteum: is samen met de twee bovengenoemde sequoia’s de hoogste boom ter wereld. In verband met de capillaire werking kunnen bomen waarschijnlijk niet hoger worden dan 130-140m.

Larix kaempferi (Japanse lariks): vooral voor de houtproductie. Wordt tegenwoordig niet meer veel aangeplant.

Calocedres decurrens (Wierookceder): zuilvormig, goede boom, aromatisch hout, tot 25m.

Chamaecyparis nootkasensis (Nootkacipres): treurvorm, solitair staand het mooiste. C. lawsoniana, er zijn veel vormsoorten. C. obtusa, grillig gevormd blad, langzame groeier, dwergvorm, heeft gaan naalden maar schubben, sierwaarde in de tuin

Abies, (Zilverspar): A. grandis: harde groeier, gezonde boom, heeft ruimte nodig. A.nNormannian:, veel als kerstboom gebruikt, naalden vallen niet snel uit. A. koreana: prikt niet, naalden vallen niet uit, kleine soort, langzame groeier.

Cedrus deodara: afhangend profiel, heeft goede grond nodig, tot 50m. hoog. C. libani “Glauca”: blauwe naalden

Araucaria araucana (Slangenden): in pot kopen, is nl. moeilijk te verplanten

Cryptomeria japonica “Cristata” (Japande hanekam): hanekamachtige verbreding aan de toppen van de takken, redelijk winterhard, gezonde boom, gevoelig voor luchtvervuiling

Juniperus (Jeneverbes): beschermde status, van oorsprong uit Nederland, prikkende naalden, groeit goed op schrale grond. J. virginiana “Skyrocket”: smalle vorm, blauwgrijze kleur. J. horizomtalis “Glauca”, kruipende platte vorm, beloopbaar, zilverblauw, heeft zon nodig.

Picea (Spar): P. omorika, mooie en langhoudbare kerstboom, smalopgaande en compacte boom, hangende kegels. P. abies (fijnspar): kerstden, kan tot 50m hoog worden, veel gebruikt bouwhout in Nederland. P. orientalis (Kaukasisiche spar) heeft de kortste naalden, sierlijke boom, aanrader


Huub en Willy, dank jullie wel voor de interessante avond. Bij een aantal mensen zal de kijk op coniferen toch wel in positieve zin verandert zijn!



Na afloop kon iedereen een stek meenemen van Thujopsis dolabrata, een geslacht uit de cipresfamilie, die door Frans van Eijk beschikbaar werden gesteld. Dank daarvoor Frans!


Frans Soeren liet weten dat er in Lunteren een mooi Pinetum is dat men kan bezoeken. Pinetum “de Dennenhorst” is een bostuin van naaldbomen van circa 6 hectare. Het is bijzonder omdat er veel grote en bijzondere coniferen in een natuurlijke omgeving staan. Mooie doorkijkjes met combinaties van verschillende groeivormen en schakeringen groen. “Het zal uw kijk op coniferen voorgoed veranderen”. Het Pinetum is in 1934 gesticht door Ir. H.L. Dinger en bevatte in 2009 een collectie van ongeveer 1200 verschillende naaldboomsoorten, -variëteiten en -cultivars. www.pinetum.eu


Riet van den Boomen

Terugblik thema-avond "Bomen in een kleine tuin", 19 januari 2017



Door: Huub v.d. Boomen met vakgerichte ondersteuning van Chris v.d. Wurff en Willy v.d. Vorst



Riet opende de avond door de 21 belangstellenden te verwelkomen en daarna het woord te geven aan Huub die d.m.v. een PowerPoint-presentatie ons ging laten zien en vertellen welke bomen geschikt zijn voor een kleine tuin.

Huub had de geschikte bomen in 3 groepen ingedeeld.

 

Groep 1.

Bomen die van nature bol- of zuilvormig zijn. Weinig werk.

Groep 2.

Leibomen, dakbomen of parasolbomen en blokbomen. Bomen die meer werk vragen.

Groep 3.

Bomen die niet hoger worden dan 6 meter.


Voor de pauze kregen we uitleg over groep 1 en 2. Na de pauze werd groep 3 behandeld.


Groep 1: Bol- en Zuilvormige

Huub liet van deze groep zo'n 20 verschillende bomen zien waarbij hij telkens de specifieke eigenschappen besprak zoals bloeiwijze, seizoenskleur, eventueel vruchten, opvallende stam, zon- of schaduwminnend en eventueel specifieke eisen aan de grond.

Bij de bolvormige vielen bv. op:

  1. Bij de Acers: de Acer pseudoplatanum 'Prinz Handjery' met prachtige bladverkleuring van zalmgeel naar geelgroen met aan de onderkant een rood-paarse gloed.

  2. Aesculus mutabilis Induta met mooie roze bloemen.

  3. Liquidambar styraciflua Gunball. Mooie herfstkleur en een stam met diepgegroefde kurklijst die op oudere leeftijd vergrijst.

  4. Quercus palustris 'Green Dwarf' met grote groene bladeren die in de herfst naar rood-bruin verkleuren.


Bij de zuilvormige vielen de volgende op:

  1. Acer palmatum Silhouette. Deze wordt 1.50 breed en krijgt een vuurrode herfstkleur.

  1. Amelanchier alnifolia 'Obelisk'. In het voorjaar is de hele zuilvormige boom bedekt met de witte bloemen.

  2. Cercidifilum japonicum 'Rotfuchs' voor wie van donker blad houdt.

  3. Parrotia persica 'Persian Spire'


Groep 2. De vormbomen.

Vanouds bekend is de Leilinde. Later kwam de Plataan maar tegenwoordig kan elke boom in vorm worden geleid. Vaak wordt de beuk gebruikt als men ook 's winters inkijk wil tegen gaan.

Ook bij dak- of parasolvorm worden veel soorten gebruikt. De plataan maakt snel een dak maar vooral bij droog weer komt er stof vrij waar mensen allergisch voor kunnen zijn. De Moerbei heeft ook mooi groot blad maar dan moet men kiezen voor de witte Moerbei omdat deze geen vruchtjes heeft die kleur afgeven.

Daarnaast heeft men nog de blokvorm waarvoor ook coniferen worden gebruikt.

Het zal duidelijk zijn dat deze bomen veel werk vragen om de goede vorm te behouden.


Groep 3. Bomen kleiner dan 6 meter.

Bij deze groep besprak Huub zo'n 34 bomen. Of de boom inderdaad 6 m wordt, hangt natuurlijk van bepaalde omstandigheden af zoals: hoe lang heb je de boom, hoe zijn de groeiomstandigheden, de standplaats en bodemsamenstelling.

Er waren bomen bij met een mooie gekleurde of schilferende of kurkachtige stam. Bij andere bomen viel de herfstkleur op of de bijzondere vruchten.

Enkele die opvielen waren bv.

  1. Bij de Acer-soorten: Acer shirasawanum Aurea: uitlopend met mooi groengeel blad met een oranje gele gloed.

  2. Asimina triloba met mooie rode bloemen en groene vruchten.

  3. Clerodendrum trichotomum met witte bloemen en decoratieve paarswitte vruchten.

  4. Cornussoorten zoals kousa en florida met hun variaties.

  5. Heptacodium miconioides met mooi blad, schors en vooral de herfstbloei met rode verkleuring.

  6. Magnolia Butterflies: geel bloeiend met rode meeldraden. Of M. loebneri 'Leonard Messel' met grote stervormige witte bloemen.

  7. Ptelea trifoliata met, na de witte bloei, trossen lichtgroene schijfjes met zaad die er nog lang aanblijven.


Huub dank voor deze mooie avond met duidelijke uitleg. En nu nog de juiste keuze maken uit al dat moois!!

Ook Chris en Willy: dank voor de verduidelijking waar nodig.

Henny Custers.


"Samen een tuin maken", terugblik Thema-avond Dendrologie donderdag 15 dec. 2016

Door: Willy van de Vorst en Chris van der Wurff


Riet opende de avond door de 20 belangstellenden te verwelkomen en deelde meteen mee dat Willy de avond zou beginnen omdat Chris door privé-omstandigheden wat later zou komen.


Willy begon zijn verhaal aan de hand van foto's van een grote tuin die hij zelf had gerenoveerd.


Hij begon met 2 belangrijke punten:

  1. Bekijk goed met wat voor soort grond je te maken hebt zodat je bij de planning de planten aan kunt passen aan de soort grond om een goed resultaat te bereiken: voor kleigrond bestaan andere planten dan voor zandgrond!

  2. Hoe is de samenstelling van de grond. Om te bepalen of de grond goed los is had Willy een standaard meegenomen met een spil van ong. 1 meter 20. Als je deze in een keer naar beneden kunt duwen voldoet de grond aan de eisen. Dit meten moet dan wel op meerdere plaatsen in de tuin want niet overal hoeft de bodem van dezelfde samenstelling te zijn: er kan plaatselijk een harde leemlaag of andere moeilijk doordringbare laag zitten! Zitten er veel pieren in de grond dan is de structuur van de grond prima want ze eten de schimmels die voor de planten zo belangrijk zijn. Dit onderwerp is al vaak door Willy besproken!


Verder liet Willy zien dat hij een mulchlaag van houtsnippers of boomschors gebruikt op de borders en paden om het onkruid tegen te gaan. De planten moeten zo worden geplant dat er geen zwarte grond meer te zien is in de border als ze volgroeid zijn: dit vraagt veel minder onderhoud.

Willy liet ook zien dat er geen aparte moestuin was maar dat de groenten in de border worden geplant wat vaak heel decoratief is. Zo zagen we bv. in een border de palmkool die een blauwe uitstraling had.


Op plaatsen waar echt een bos is laat hij alles groeien. De bodem wordt in het voorjaar geklepeld en men laat dan alles liggen als een mulchlaag.


Na de pauze nam Chris het woord. Hij noemde een aantal vaste punten die je moet nagaan voordat je een tuin gaat ontwerpen.

Hij gaat ervan uit dat 90% van de mensen een "erfenistuin" krijgt. De vorige bewoners hadden ook een bepaald plan voor hun tuin.


  1. Je begint eerst met inventariseren: wat staat er, ziet dat er goed uit en spreekt het je aan.

  1. Is er een bepaald thema in de tuin. Welke kleur komt bv. veel voor of zijn er veel groenblijvers.

  2. Welke grondsoort is er en hoe is de structuur. (Dit punt is door Willy voor de pauze uitgebreid besproken).

  3. Erg belangrijk: lopen er leidingen en waar?

  4. Zijn er kinderen die een gedeelte van de tuin nodig hebben: denk aan speeltoestellen, grasveld etc. Wil je een (extra) terras (in de schaduw of juist in de zon). Wel of geen vijver.

  5. Hoeveel tijd heb je om aan het onderhoud van je toekomstige tuin te besteden.

  6. Zijn er ook anderen die inspraak hebben en zich met het onderhoud willen en kunnen bezighouden.

  7. Houd rekening met buren i.v.m. planten van bomen.

  8. Heb je last van inkijk. Het planten van een boom kan dit verhelpen.


Ga je dan je tuin ontwerpen let dan op:


De zonnestand op de diverse borders.

Waar komen de zichtlijnen vanuit huis en hoe kunnen bomen die versterken

Wat wil je in de winter/voorjaar zien vanuit huis: groenblijvers, winterbloeiende heesters, stinzenplanten etc.

Verder is het belangrijk om te zorgen dat er een opvolging is in bloeitijd van vaste planten, heesters en bomen zodat de tuin het hele jaar door spannend blijft!


Chris maakte nog een paar tekeningen als voorbeeld en vanwege de tijd moest hij daarna afsluiten.

Chris en Willy dank voor alle tips!


Henny Custers.

 

Terugblik Thema-avond Dendrologie donderdag 17 november 2016

Terugblik Thema-avond Dendrologie donderdag 17 november 2016

Onderwerp: Bonsai

Door: Ruud van Doorn

Riet opent de avond door de 25 belangstellenden te verwelkomen en geeft daarna het woord aan Ruud van Doorn die ons wegwijs gaat maken in de voor ons onbekende wereld van Bonsai.

Ruud heeft voor ons enkele van zijn bonsaibomen meegenomen zodat we ze van dichtbij goed kunnen bekijken. 

Bon-Sai betekent "plant in ondiepe platte schaal". Oorspronkelijk komt dit uit China. Later overgegaan naar Japan en nog weer later over de hele wereld. De strakste vormen komen nog altijd uit Japan.

Het kweken van een mooie Bonsai kan 10 tot 100 jaar duren, dus je moet er op tijd mee beginnen!

In principe kun je alle bomen gebruiken die hier groeien: ze moeten dan ook buiten worden gekweekt. De tropische soorten kunnen in de zomer buiten maar moeten daarna naar binnen.

Heel erg opletten voor felle zon en veel water door regen. Niet op de oostenwind zetten want dat geeft veel ongedierte. Heel belangrijk is goed licht vooral als ze in de winter binnen staan.

Het kweken

Allereerst kun je een boom aanschaffen bv. bij een tuincentrum of bij speciale bonsaikwekerijen. Het kan ook uit de tuin. Een van de bonsaibomen die Ruud had meegenomen was een struik van een taxus die hij bij iemand had uitgegraven!

De penwortel wordt van de plant geknipt en minimaal een jaar met rust gelaten. De hele plant goed schoongemaakt gevormd en daarna in een  speciale platte schaal gezet: boom en schaal moeten qua vorm en kleur een geheel vormen. Er worden zeefjes geplaatst op de afvoergaten en het is heel belangrijk dat de plant in de schaal wordt vastgezet zodat deze niet kan bewegen. Dit gebeurt met draad door de afvoergaten.

Dan gaat er korrelvormige grond in de schaal. Ruud liet ons daar verschillende voorbeelden van zien. Ze kunnen ook worden gemengd, afhankelijk van wat de boom nodig heeft.

Dan wordt er gecontroleerd water gegeven. Dat moet iedere dag bekeken worden. Het beste is om  ze 's avonds te besproeien.

Allereerst gaat het er nu om een gezonde boom te kweken: mooi van kleur met een goed wortelgestel. Intussen wordt de vorm bekeken die men uiteindelijk wil bereiken door regelmatig te snoeien en takken te buigen in een bepaalde vorm. De vorm van de bonsaiboom wordt gemaakt naar Japans voorbeeld en elke vorm heeft een Japanse naam. Het zien van een vorm in een boom vraagt wel enige ervaring. De vorm ontstaat door takken te buigen en veel te snoeien zodat men de fijne vertakkingen krijgt die het kenmerk zijn van de bonsai-bomen.

Snoeien

De takken van loofbomen worden bijna iedere maand in vorm gesnoeid. Als men bladsnoei toepast bij bepaalde bomen blijft het steeltje staan.

Bij naaldbomen worden de kaarsen steeds half afgeknipt.

Om het goede model van de takken te krijgen worden ze gesnoeid op maat en met aluminium of koperdraad gebogen. Om te voorkomen dat er ingroei in de takken komt draait men eerst natte raffia om de takken: door het vocht worden de takken buigzamer.

Als de wortels zover zijn uitgegroeid dat de bovenkant omhoog gaat komen worden ze gesnoeid en weer aangevuld met nieuwe korrelgrond. Bij Acers bv. gebeurt dat elke drie jaar!

Uit dit met heel veel enthousiasme vertelde verhaal van Ruud over de kweek van de bonsai-boom blijkt wel dat je heel veel tijd moet steken in deze hobby en dat het ook tijd nodig heeft om een  goede kijk te krijgen op de juiste vorm die je aan je boom wil geven.

Gereedschap

Het zal duidelijk zijn dat er voor deze hobby heel speciaal gereedschap moet worden gebruikt. Ruud liet ons voor de pauze nog zijn koffer gevuld met aparte scharen, tangen, bindmateriaal en andere benodigdheden zien.

Na de pauze kregen we op scherm prachtige foto's te zien van veel verschillende soorten bonsai-bomen met hun typische Japanse  vormen. We zagen bv. De Koreaanse haagbeuk, gewone beuk, Acers, Pinus, Olijf, Taxus, Larix, prachtig bloeiende Japanse Azalea's etc.

Ruud, bedankt voor je boeiende en enthousiaste verhaal over Bonsai! Vanwege de tijd moesten we stoppen maar je beloofde om het volgende seizoen ons verder te vertellen over de boeiende wereld van Bonsai. Bedankt en tot de volgende keer!

Wilt u meer weten en zien over Bonsai dan kunt u op vrijdag en zaterdag altijd bij Ruud gaan kijken als hij zijn workshops geeft. Vaarselstraat 3 in Someren.

Wil je materiaal aanschaffen: dat kan via www.bonsaihobby.nl.

Verder is er in februari een hele grote tentoonstelling in Gent met wel 200 voorbeelden van bonsai-bomen. Voor de gemaakte foto's wordt verwezen naar Opens internal link in current windowhet fotoalbum.

Henny Custers

Bomenwandeling Asten deel 2, terugblik dendrologie 20 oktober 2016

O.l.v. Chris van der Wurff en Willy van de Vorst


Om 18.00 uur waren er 14 belangstellenden bij het gemeentehuis van Asten voor de bomenwandeling Asten deel 2. Het is een kille avond, 10 graden, maar de regen blijft gelukkig weg.


Nadat we in mei het eerste deel hebben gelopen komt nu de tweede lus van de 8-vorm waarin de wandeling opgezet is, aan de orde.

We zullen het niet redden voordat het donker is maar Chris heeft, naast zijn avondmaal in de vorm van snel gekochte sandwiches, ook een sterke zaklamp meegebracht zodat we in ieder geval niet zullen verdwalen!


Aan de hand van het door IVN uitgegeven boekje lopen we de route vanaf het gemeentehuis naar de Kleine Marktstraat waar 4x de Tilia platyphyllos (zomerlinde) staat. Het zijn leilindes die door hun snoeivorm niet of nauwelijks zullen bloeien.

In de Julianastraat zien we een indrukwekkende Witte paardenkastanje, een snelgroeiende soort die goed bestand is tegen luchtvervuiling. Rechts daarvan een Noorse esdoorn, de Acer platanoides Schwerleri en waarschijnlijk zo’n 100 jaar oud. Deze varieteit heeft chocoladebruine bladeren en is geënt op een gewone platanoide. Achteraan in de straat vinden we een Robinia pseudoacacia met een leeftijd van ongeveer 50 jaar. Robinia is een harde houtsoort. De boom heeft een plakoksel en aan de achterkant een flinke beschadiging.

In de 1ste St. Jozefstraat staan meerdere zuileiken, de Quercus robur Fastigiata. De 6de boom is een andere varieteit namelijk de Quercus robur 'Fastigiata Koster'. Hij heeft een smallere kroon met grove opgaande taken die niet uitzakken.

De zuileik verdraagt verharding goed, is een prima boom voor smalle straten en onderhoudsvriendelijk.

Op het St. Jozefplein staat een aantal Krim(lei)linden Tilia x europea ‘Euchlora’ en ook hier treffen we een andere varieteit aan die ertussen staat.

In de 3de St. Jozefstaart zien we een imposante Amerikaanse eik. Waarschijnlijk rond 1920 aangeplant.


In de Houtstraat zijn sierperen aangeplant. De Pyrus calleryana Chanticleer. Oorspronkelijk uit China. Een populaire soort, maar gevoelig voor perenpokken en hij kan ook gevoelig zijn voor uitgestelde onverenigbaarheid. De boom geeft dan steeds grotere vruchten ipv de sierlijke kleine peertjes bij jonge aanplant.


Al eerder zagen we Noorse esdoorns,, platanen, rode paardenkastanje en witte esdoorns. In de verharding staat Cedrus deodara, en de Catalpa bignoniodes en de Ginkgo in het onverlichte Moussoultpark.zien we bij het icht van de Zaklamp Ook zien we nog de Castanea sativa. De tamme kastanje.

In de Lijntjesstraat staan een aantal mooie Prunus serulata Kanzan, de Japanse kersenboom. Uitbundige bloeiers in het voorjaar. Helaas vaak van korte duur.


Na de Tilia tomentosa komen we bij 3 Honingbomen (sophora japonica). Een late bloeier (augustus/september) en heel geliefd bij honingbijen omdat de bloemen overvloedig nectar geven. Duidelijk kenmerk van deze bomen is dat het blad tot in de late herfst blijft hangen.


Als laatste bezichtigen we de oude bruine beuken in twee particuliere tuinen in de Wilhelminastraat.. Waarschijnlijk zijn ze meer dan 100 jaar oud.


Een wandeling anders dan anders wegens de invallende duisternis en de herfstsfeer Maar door de uitgebreide kennis van Chris en Willy weer een interessante avond,


Chris en Willy: hartelijk dank je wel !

Terugblik thema-avond dendrologie 15 september 2016, Markante bomen (deel 2)

Zomerlinde

 

Onderwerp: Markante bomen (deel 2)

Door: Ad Brouwers

 

Riet opende de eerste avond van het nieuwe seizoen door Ad Brouwers en de 19 belangstellenden welkom te heten.

Daarna bleef we even stilstaan bij het plotseling overlijden van Frans Hoefnagels die in de loop der jaren verschillende keren een avond voor dendrologie heeft verzorgd.


Ad begon zijn lezing met een terugblik op zijn eerste lezing in april. We begonnen destijds miljoenen jaren terug toen er nog helemaal geen bomen bestonden. Langzaam ontstonden toen de naaldbomen en -bossen. Dat duurde tot het Krijt: het begin van deze avond.


Vanaf het Krijt ontstaan langzaam de loofbomen en bloemplanten. Bomen met grote, platte blaadjes kwamen in het voordeel door de gestaag dalende koolstofdioxide. Om dan toch goed te blijven presteren met de assimilatie, moet je veel water kunnen verdampen. Inmiddels bestaan er in ons land 44 verschillende loofbomen, in de gematigde streken 1700 (wereldwijd 100.000).

Samen met de prachtige foto's van Ad op het scherm en zijn enthousiaste verhalen werden we meegenomen naar verschillende landen in Europa om de verschillende soorten markante bomen te bewonderen.

Bij deze, zeer oude bomen, zie je stammen met een grote omvang en krimpende kronen. Veelal zijn ze hol van binnen en is de opening zo groot dat je er in kunt staan of er zelfs een kapelletje of schuurtje (Pitchford Estate, Eng.) in is gemaakt. Bij uitzonderlijke veteranen verzamelden zich mensen, werd er recht gesproken enz. Zo verbindt een oude boom niet alleen seizoenen maar ook een stukje geschiedenis.


We begonnen met de Zomerlinde en Hollandse Linde, gewijd aan de Germaanse godin Freya.

Deze bomen zijn heel sterk en werden vroeger voor veevoer gebruikt.

We zagen de Linde aan een zijweg van de Laan ten Boomen in Someren (1640).

Ook kennen we allemaal de Linde van Sambeek: 400 jaar oud en de oudste van Nederland.

Dat de Hollandse Linde niet alleen in Nederland voorkomt zagen we op de mooie foto's gemaakt bij de abdij van Tongerlo en in Bouix in Frankrijk (1700).

Bij de "Danslinde" is er op een bepaalde hoogte een vloer tussen de takken gelegd. Daarop kon een orkest staan of een zangkoor. Oude lindes zijn vaak aan Maria gewijd.


Beuken

Een Beuk is erg dominant: hij groeit snel en neemt daardoor snel veel licht weg. Hij heeft wel behoefte aan vocht en is derhalve gebonden aan een Atlantisch klimaat. We zagen een prachtige foto van een beukenbos met hele hoge oprijzende stammen terwijl een solitaire beuk meteen een brede kroon maakt met korte stam en een prachtig silhouet heeft.

Ook zagen we de bekende treurbeuk in kasteelpark Geldrop: geënt op een onderstam van de Treurwilg. En een treurbeuk bij Bayeux in Frankrijk (160 jaar) van ruim twaalf meter in omtrek.


Iepen

We zagen een mooie Veldiep bij Saint Pierre des Tripien. Ook bekend is de Iep van Heure bij Borculo in de Achterhoek.


Zomereiken

We zagen een mooie foto van een zomereik in Ivenack (Eng.) van 900 tot 1000 jaar oud met een omtrek van 12.40 m. En in Fredville Park in Nonington bij Dover. De dikste van Europa (ruim 15 meter omtrek) heet Kvilleken (betekent eik van Kvill) staat in Kvill in Zweden,1000 jaar oud.


Wintereiken

Deze hebben iets meer vruchtbare grond nodig, vaak zwak zuur en leemachtig. In La Forèt de Troncais bij rivier de Allier staat de wintereik Les Jumeux (Tweelingboom). Hierbij groeien twee rechte stammen naast elkaar uit de onderlaag.


Essen

Deze bomen kunnen tot imposante bomen uitgroeien. Bij ons zijn ze gebonden aan vochtige grond. Drogere grond moet kalkrijk zijn, ze komen veel in West-Europa voor.


Tamme Kastanje

We zagen hiervan een foto gemaakt in Petworth Park in Sussex.


Ad liet als slot nog de boerderij Peer zien bij het Varendonck-College in Someren. Deze Perenboom stamt uit 1880-1890.

Heel verrassend!


Het was weer een heel interessante avond met prachtige opnames! Ad, weer heel erg bedankt!


Henny Custers.



Terugblik Thema-avond Dendrologie 19 mei 2016 "Excursie: Bomenwandeling door Asten"

 

O.l.v. Chris van der Wurff en Willy van de Vorst

 

Om 7 uur kon Riet v.d. Boomen 21 belangstellenden verwelkomen die zich bij het gemeentehuis van Asten hadden verzameld om o.l.v. Chris en Willy de bomenwandeling door Asten te gaan maken.


Deze wandeling is ongeveer 20 jaar geleden opgezet door het IVN Asten-Someren en onlangs door enkele leden geactualiseerd en uitgebreid met hulp van o.a. Frans Hoefnagels en Chris van der Wurff. De route van de 4 km lange wandeling en beschrijving van de betreffende bomen zijn als boekje gedrukt. Dit boekje konden we via Riet kopen en was een mooie handleiding tijdens de wandeling!


De totale wandeling duurt ruim 3 uur en loopt in de vorm van een acht door het centrum. Omdat we weten dat onze deskundigen uitgebreid over bomen kunnen vertellen stelde Riet voor om de wandeling in twee delen te splitsen: het tweede deel verschuift dan naar het volgende seizoen!


Naar later bleek was dit een uitstekend idee: onder de deskundige leiding van Chris en Willy hebben we, met een prachtige heldere avondzon, de noord-oostkant van het centrum bekeken.

De route volgend vanaf het gemeentehuis kwamen we in het park terecht en vandaar naar de rotonde Lienderweg, langs de sporthal en dan door de Tuinstraat terug naar het centrum waar we, helemaal voldaan, rond half tien weer bij het gemeentehuis arriveerden.


Het was prachtig om in deze voorjaarsperiode de bomen vol in blad te zien en soms al in bloei. Het was heel verrassend te zien hoeveel verschillende bomen we hebben in ons dorp! Leuk om in een ander seizoen nog eens te gaan bekijken! Vooral in het park zagen we veel verschillende soorten.


We werden niet alleen gewezen op mooie silhouetten: bv. van de vier watercipressen (Metasequoia) maar bekeken ook vruchten zoals het bemoste bodempje (napje) van de moseik (Quercus cerris) en de zaden van de Anna Paulowniaboom (Paulownia tomentosa). Chris wees ons ook op de bladvorm van bv. de Tulpenboom (Liriodendron tulipifera), het asymmetrische blad van de hollandse Iep (Ulmus hollandica) en het zilverachtig groen aan de onderkant van de zilver/witte Esdoorn (Acer saccharinum).


Mooi waren ook de verschillende basten waarbij de schilferige bast van de Papierberk (Betula papyrafera) opviel.

Een prachtige boom in het park was de Kaukasische Vleugelnoot (Pterocarya) met zijn prachtige lange bloeiwijze en ook de twee witbloeiende Paardenkastanjes (Aesculus hyppocastanum) die stonden te schitteren in de avondzon!


We volgden tijdens de route de bomen die in het IVN-boekje stonden, maar het leuke was dat zowel Chris als Willy ons soms vol enthousiasme meenamen naar een andere, niet genoemde boom!


Zoals gezegd: om half tien terug bij ons startpunt waar Riet iedereen bedankte die zich dit seizoen weer heeft ingezet voor de dendrologie-avonden! (Riet, jij namens ons allemaal bedankt voor de enorme inzet en coördinatie van alle avonden van het hele seizoen!)


Chris en Willy: het was weer zeer interessant. Door jullie enthousiasme dubbel genoten! We kijken al uit naar de tweede ronde in het volgend seizoen! Bedankt!


Henny Custers.


Terugblik thema-avond dendrologie do. 21 april 2016 “Markante bomen”

Terugblik thema-avond Dendrologie donderdag 21 april 2016

Onderwerp: “Markante bomen”

Door: Ad Brouwers


De 28 aanwezigen werden door Riet v.d. Boomen verwelkomd en daarna stelde ze Ad Brouwers voor die aan de hand van een fotoserie ons alles ging vertellen over Markante bomen.


Als eerste nam Ad ons miljoenen jaren mee terug in de geschiedenis van de bomen, naar de tijd dat er nog helemaal geen bomen bestonden!

Voor ons niet voor te stellen: geen groen landschap, geen zuurstofleverancier, geen boom waar je lekker onder kunt zitten in de schaduw, geen bomen die de wind temperen en de lucht filteren!

Geen oude bomen waar een heel verhaal aan vast zit.

Hij vertelt hoe het proces van het ontstaan van de bomen is gegaan vanuit één cel. We zagen een prachtige foto van stromatolieten: Ze zijn een vorm van afzettingsgesteente. Ze behoren tot de oudste fossielen. Nog steeds te zien in een beschermd gebied bij Shark Bay in Australië!

Ook zagen we de Cycadales. Dit is een palmvaren, de primitiefste zaadplant. Lijkt een varen maar behoort tot de naaldbomen.

Zo ontstaan langzaam naaldbomen, nu het grootst aaneengesloten bos vormend, ook wel Taiga genoemd: naaldbossen bestaande uit Zilversparren, Sparren, Lariksen, Taxus, Jeneverbes en Grove den. Dit boreaal naaldbos, aangevuld met enkele loofbomen, ligt als een aaneengesloten gordel rond de Noordpool. Zo ontstaan in de loop van miljoenen jaren, heel veel later dus, ook op andere plaatsen bossen. Dominant worden de loofbomen vanaf het Krijt, die bijna allemaal tot de bloemplanten worden gerekend.


Dan begint Ad enthousiast over de markante bomen die we nu in Europa hebben bv. in de Wutachschlucht in het zwarte woud waar nog een natuurlijk sparrenbos is met een 250 jaar oude zilverspar van 52 meter hoog. Een mooi gebied is ook rond de Aletschgletsjer in Zwitserland waar de Alpenden voorkomt. De oudste is ongeveer 1000 jaar oud.

Enkele indrukwekkende bomen zijn de Libanonceder in Tours met een kroon van 7 1/2 mr. doorsnede en een 1500 jaar oude Taxus bij Crowhurst in Wales. Vaak zijn heel oude exemplaren hol van binnen zodat je er in kunt gaan staan.

Door de enthousiaste uitstapjes tijdens zijn betoog was de avond nu bijna teneinde. Riet sloot meteen een deal met Ad voor het volgende seizoen om dan de andere resterende bomen te bespreken! Wij kijken er al naar uit!

Ad maakte nog even van de gelegenheid gebruik om enthousiast te vertellen over een artikel dat in het NRC van 9 april had gestaan: een interview met de Duitse boswachter Peter Wohlleben.

Hij schreef ook een boek: "Het verborgen leven van bomen". Hij noemt het een verhaal over vriendschappen van bomen, hun taal en gedrag.

(Het NRC-artikel kregen we later van Ad en staat onder dit verslag, evenals een ander artikel van een studie: Bomen delen koolstof)

Ad maakte ons ook nog attent op een boek van Koos van Zomeren: Het Bomenboek.


Ad bedankt, het was een boeiende en interessante avond mede door je bevlogen manier van vertellen! Zoals gezegd: we kijken uit naar de volgende keer!


Henny Custers.


Ik wilde alle bomen helpen’

Boswachter Peter Wohlleben is geen bomenknuffelaar en al helemaal geen zweverig type. Hij schreef wel een boek over de vriendschappen van bomen, hun taal en gedrag.


Rinskje Koelewijn foto Ringel Goslinga


‘Dit is een heel verdrietig bos,” zegt Peter Wohlleben (51), boswachter uit Duitsland. Hij schudt zijn hoofd meewarig. Misschien hadden we beter niet kunnen lunchen in een restaurant aan het Amsterdamse bos. Dit bos, aangelegd door werklozen rond 1930, is geen bos, maar een ziekenboeg. Verweesde populieren, kwijnende berken, eenzame eiken in doodsstrijd. En dan ook nog, tegenover het restaurant waar we lunchen: klimpark Fun Forest. Aan de beukenstammen zijn touwen, ladders en bruggen geschroefd, waarlangs kinderen kunnen klimmen. Zie de straaltjes vocht sijpelen uit de gaten die in de boombasten zijn geslagen. Levenssap. Bomenbloed. Dit is geen speelbos, dit is een martelplaats.

Bomen kunnen pijn lijden. Ze kunnen tellen, leren, elkaar helpen en waarschuwen. Ze hebben familierelaties, voeden hun kinderen op en kunnen onderling communiceren. Peter Wohlleben, die dit allemaal beweert, is geen bomenknuffelaar en al helemaal geen zweverig type. Hij is al dertig jaar bosbeheerder en heeft er zelf ook twintig jaar over gegaan om te concluderen dat bomen sociale wezens zijn. In zijn boek Het verborgen leven van bomen vertelt hij over bomen en hun vriendschappen, hun taal en hun gedrag en dat doet hij zo knap en overtuigend dat het boek in Duitsland al maandenlang een grote hit is en in vele talen is vertaald, nu ook in het Nederlands. Lees het en je zult nooit meer hetzelfde naar een boom kijken.

Vegetariër?, vraag ik als hij even aarzelt bij het bestellen. Nee hoor, lacht hij. „Thuis slacht ik zelf. Geiten, konijnen, kippen.” Is best een akelig karweitje, zegt hij. Vandaar dat hij niet vaak en niet véél vlees eet. Bomen, zegt hij, zijn eigenlijk de grootste beesten op aarde. Hij klopt op de houten tafel waaraan we zitten, wijst op de stoelen, de vloer, de vensterbank. „Bomenbotten.” Peter Wohlleben dicht bomen dierlijke eigenschappen toe en hij beschrijft hun gedrag in antropomorfologische termen. Hij zegt bijvoorbeeld: een moederboom geeft haar kinderen borstvoeding. „Als ik het zo vertel, begrijpen mensen de boom beter. Ze zijn niet zo anders dan wij.” Via hun wortels deelt de moeder een suikeroplossing met haar nakomelingen en houdt ze zo in leven. Via datzelfde wortelstelsel verlenen bomen zorg aan familieleden in de buurt die dorst hebben of ziek zijn. Boodschappen – „nieuwtjes” zegt Wohlleben – worden onderling gedeeld via de ragfijne draadjes die zwammen en schimmels ondergronds tussen de boomwortels spinnen; het wood wide web noemen wetenschappers dat. De boswachter vouwt zijn hand tot een kommetje. „In een handje bosgrond leven evenveel levende wezens als er mensen zijn op aarde.”

Bomen communiceren via de bloesems aan hun takken, door elektrische impulsen, ze hebben een geheime geurtaal. Al in de jaren zeventig zagen wetenschappers acaciabomen op de Afrikaanse savanne iets heel bijzonders doen. De acaciaboom is een lekker hapje voor giraffen. Maar de boom wordt niet graag opgegeten, dus die stuurt een vies smakend gifstofje naar z’n bladeren. De giraffe stopt met eten. Om pas honderden meters verderop weer een hapje acacia te nemen. De aangevreten acacia produceert namelijk, naast de gifstof, ook een waarschuwingsgas dat zegt: hongerige giraffekudde op komst. Meteen smaken alle buurbomen ook vies. Iets vergelijkbaars doen ‘onze’ eiken, beuken en sparren in Europa. Ze trekken samen op tegen vraatzuchtige insecten. Ze roepen de hulp in van derden; iepen en dennen lokken wespen om lastige rupsen uit te komen roeien.

Het Amsterdamse bos is geen bos, het is een verzameling individuen. Kluizenaars, zegt Peter Wohlleben. Het zijn bomen die gecultiveerd zijn, gekortwiekt en verplaatst. Bomen zonder familie, zonder relaties en zonder opvoeding. Een wees die geen idee heeft hoe te groeien. Dus moet de mens helpen. Daar is de boswachter. Het bos is zijn megastal, de bomen de producenten van zuurstof en hout. De boswachter bepaalt welke boom moet wijken en welke de ruimte krijgt. Hij kapt, velt, rooit. „Als een dierenbeschermer die zijn dieren slacht.”

Wohlleben was ook zo’n boswachter. En hij heeft spijt van elke boom die hij heeft vermoord. Kwestie van een ring rond de bast uitsnijden. Het water uit de wortels bereikt de blaadjes niet meer en de boom sterft een langzame hongerdood. „Ik deed wat me geleerd was. Is het bos te donker, dan kap je een paar joekels waardoor de kleinere meer licht krijgen. Dat is net zoiets als de vader van een gezin ombrengen, opdat zijn vrouw en kinderen dan meer ruimte in huis hebben.”

Inmiddels weet hij: beuken kúnnen helemaal niet te dicht op elkaar staan. „Ze vinden groepsknuffels prima.” Maar hoe zit het dan met het zonlicht? Een boom heeft licht nodig om via fotosynthese voedsel aan te maken. „In een natuurlijk bos geven soortgenoten elkaar de ruimte. Hun kronen groeien beleefd van elkaar af. Moederbomen houden hun nakomelingen in hun schaduw, voor hun eigen bestwil. Als kleine boompjes groot én sterk willen worden, moeten ze heel langzaam groeien. Centimeters en geen meters per jaar. Is het bladerdak van de ouders verdwenen, dan groeien jonge boompje als gekken, ze verbruiken al hun energie en sterven tussen hun zeventigste en honderdste. Voor een boom is dat nauwelijks kleuterleeftijd.” Dat is precies wat je ziet in stadsbossen en parken. Uitgeputte, ongezonde hardgroeiers die krampachtig proberen te overleven. Gespleten stammen, dikke bierbuiken en in het wilde weg vertakkingen.


Plofbomen

Plofkippen kenden we al, hormoonbiggen, kistkalveren. Nu ook nog de plofbomen. Wohlleben nam na 23 jaar ontslag bij het Duitse staatsbosbeheer. „Ik beheerde niet, ik buitte uit.” Boswachter is hij nog steeds, van dezelfde 1200 hectare als voorheen, maar nu doet hij het op zijn manier. Hij beheert het zo min mogelijk en de gemeente waarin zijn bosgebied ligt, laat hem begaan. Elk bosgebied in Duitsland moet omzet maken, en normaal is het de houtoogst die winst oplevert. Wohlleben verdient ook geld, maar zonder één boom geweld aan te doen. Zijn bos is rendabel door de rondleidingen die hij er geeft en door de vierkante meters ‘wild bos’ die particulieren kunnen adopteren (wildbuche.de). Wie wil, kan zich na crematie laten begraven in zijn bos; as in een beukenhouten urn in de grond, de boom als levende grafsteen. In zijn bos rijden geen zware tractoren of machines. „Die persen de bodem samen. Het duurt tot een volgende ijstijd voor de bosgrond zich daarvan herstelt.” Het zware werk wordt gedaan door paarden. Hij hakt heus weleens een boom om, daar is hij ook helemaal niet tegen. „Maar het is net als met een geit slachten die een goed leven heeft gehad. Je doet het met respect, neemt niet meer dan je nodig hebt en verstoort de natuur zo min mogelijk.”

De beuk is de oerboom die thuishoort in midden-Europa en daarom de favoriet van Wohlleben. Naast ‘zijn’ steeds wilder wordende beukenbos ligt een sparrenbos. Ook mooie bomen, daar niet van, maar ze horen in Duitsland niet thuis. Als hij ze wil zien, gaat hij wel naar Lapland. Daar heeft hij exemplaren gezien van tienduizend jaar oud. Kapt hij de buursparren? Natuurlijk niet. Hij laat Vlaamse gaaien zaadjes van beukenbomen verspreiden. Dan gaat de rest vanzelf. „Er wordt van beuken gezegd dat het racisten zijn. Ze mógen andere boomrassen gewoon niet.” Maar dat is onzin, weet hij. „De beuk en de spar zijn genetisch net zo verschillend als mensen en vissen. Het zijn compleet andere wezens.”

We hebben vanuit het restaurant uitzicht op de bomenrij langs de bosbaan. Welke soort het is, ik heb geen idee. Populieren, helpt hij. Hij knikt, berustend. Hij weet dat stadsmensen de bomen niet meer kennen. „Voor hen moet een boswandeling voelen als een bezoek aan de dierentuin en dan niet het verschil weten tussen een leeuw en een kameel.” Schade , mompelt hij, in het Duits. Jammer. „We maken ons druk om dieren. We beschermen de panda, bekommeren ons om de orka. Bomen zijn onze grootste levende wezens. Maar we nemen ze voor lief.” Nou, zeg ik, we zijn anders heel bezorgd over het tropisch regenwoud. „Ja, maar waarom? Tachtig procent van het regenwoud is nog ongerept. Van onze Europese oerbossen is nauwelijks iets over.”

Vanaf het moment dat hij zijn bomen anders ging behandelen, is hij ook over ze gaan schrijven. Dat was in 2007. Nog geen jaar later had hij een burn-out. „Iedereen wilde mijn advies. Of ik raad wist met hun parkbomen, een oplossing had voor hun bos. Ik wilde alle bomen helpen. Maar ik kon het niet.” Het heeft hem vier jaar gekost om te herstellen en nog steeds doet hij het rustig aan. Zijn enorme succes in Duitsland wordt vaak toegeschreven aan de Duitse inborst. Verknocht aan de ongerepte natuur, de donkere wouden, de bomen die alles zagen. In welk sprookje van Grimm komt er nou geen bos, boswachter of houthakker voor? Wohlleben heeft zelf een andere verklaring. „Lang was er weinig vrolijks over de natuur te melden. Ik vertel je dat we iets geweldigs in onze eigen achtertuin hebben. Wezens groter dan walvissen en minstens zo sociaal. We weten niet hoe ze groeien of hoe oud ze kunnen worden, we weten nog bijna niks. Laten we ze leren kennen.”


‘Via het wortelstelsel verlenen bomen zorg aan familieleden in de buurt die dorst hebben of ziek zijn’

 

In het kort: Geboren Bonn, 1964. Opgegroeid in Sinzig am Rhein

Burgerlijke staat gehuwd met Miriam, twee kinderen

Woont in boshuisje in de bossen van Hümmel (in het Eifelgebied)

Opleiding Hochschule für Forstwirtschaft in Rottenburg am Neckar (bosbouw)

Eerste baan boswachter in Rheinland-Pfalz.

Boek de historische boeken van Bernard Cornwell; En, uiteraard Lord of the Rings van J.R.R. Tolkien. Film Avatar van James Cameron. Onmisbaar „Mijn familie. Ik zou in een boomloze woestijn kunnen leven, als ik omringd was door mijn familie. Middenin een oerbos wonen, maar zonder familie, kan ik daarentegen niet.”

------------------------------------------------------------------------------

Dit artikel is verschenen in het NRC Handelsblad van zaterdag 9 april op pagina 8 & 9


Bomen delen koolstof

De koolstof die wordt vastgelegd door de ene boom, kan eindigen in de wortels van andere bomen. Dat concluderen Zwitserse onderzoekers na vijf jaar onderzoek. Afgelopen donderdag presenteerden ze hun ontdekking in het wetenschappelijke tijdschrift Science. Zogeheten mycorrhizaschimmels zorgen waarschijnlijk voor het transport van koolstof van de ene naar de andere boom.

Door Stijn van Gils

Bomen in een bos strijden voortdurend met elkaar. Via hun wortels vechten ze als het ware om water en voedingsstoffen. Met hun takken en bladeren concurreren ze ook voor licht, waarmee ze – door fotosynthese – koolstofdioxide (CO2) omzetten in suikers en dus energie. Zwitserse onderzoekers wilden weten wat er precies met die vastgelegde koolstof gebeurt. Ze gaven een vijftal fijnsparren daarom vijf jaar lang extra CO2.

Label verraadt koolstoftransport

Het koolstofatoom in die CO2 was gelabeld. Meestal hebben koolstofatomen zes neutronen en zes protonen (12C), maar de gelabelde koolstofatomen hadden een extra neutron (13C). In de buitenlucht komt deze isotoop van koolstof weinig voor, waardoor de onderzoekers aan de hand van verhouding tussen 12C en 13C konden berekenen waar zich de toegevoegde CO2 bevond.

Veertig meter hoge fijnsparren krijgen in dit experiment koolstofdioxide met koolstofisotopen. Dat deden de onderzoekers door een soort ‘kerstboomverlichting’ in de boom te hangen. Maar dan zonder lampjes. Wel kwam er kooldioxide uit.


Transport door schimmels

Het experiment leverde een verrassend resultaat op. De CO2 die de onderzoekers toedienden, bleef namelijk niet alleen in de fijnspar zitten. De onderzoekers zagen ook verhoogde concentraties van gelabeld koolstof in andere bomen die in de buurt stonden, zoals grove dennen en beuken. In de fijne wortels blijkt zelfs dat maar liefst veertig procent van de koolstof eigenlijk was vastgelegd door andere bomen. Op deze manier stelen (of krijgen) grote bomen ongeveer 280 kilogram koolstof per hectare per jaar van andere bomen. Dat is ongeveer vier procent van de totale productie.

De onderzoekers denken dat mycorrhizaschimmels verantwoordelijk zijn voor het transport van koolstof tussen bomen. In deze schimmels vonden ze namelijk ook een verhoogde concentratie van het gelabelde koolstof. Dat bomen hulp krijgen van mycorrhizaschimmels, is al langer bekend. Mycorrhizaschimmels hebben een uitgebreid netwerk van schimmeldraden waarmee ze sneller aan voedingsstoffen komen. Deze schimmels geven deze voedingstoffen aan de plant in ruil voor koolstof, maar nu blijkt dus dat ze die koolstof ook weer herverdelen. Waarom mycorrhizaschimmels dat doen en of bomen er ook echt baat bij hebben, is nog onbekend.

 

Nadat de fijnspar (Picea abies) vijf jaar lang gelabeld CO2 kreeg toegevoegd, nam ook de concentratie gelabeld koolstof in naburige bomen toe. In mycorrhizaschimmels gebeurde hetzelfde, terwijl dat niet gebeurde bij schimmelsoorten die dood materiaal afbreken (saprofyten). De onderzoekers denken daarom dat mycorrhizaschimmels verantwoordelijk zijn voor het transport van koolstof tussen bomen.

Mycorrhiza-onderzoeker Marcel van der Heijden, die niet betrokken was bij deze studie, noemt de vondst ‘een doorbraak’. Omdat bomen vrijwel altijd met mycorrhizaschimmels samenwerken, verwacht hij dat soortgelijke processen ook in andere bossen spelen. “Verder onderzoek moet dit nu aantonen”, laat hij in een e-mail weten. Een andere reden voor extra onderzoek is het aantal herhalingen; nu kregen in totaal slechts vijf bomen extra gelabeld koolstof en dat is weinig. “Het zijn natuurlijk enorm grote bomen, dus om logistieke redenen wordt het lastig veel meer bomen tegelijkertijd te onderzoeken.”

Bronnen

  • Klein, T., Siegwolf, R.T.W., Körner, C., Belowground carbon trade among tall trees in a temperate forest, Science (15 april 2016), DOI:10.1126/science.aad6188

  • Van der Heijden, M.G.A., Underground networking, Fungal networks transfer carbon between forest trees, Science (15 april 2016), DOI:10.1126/science.aaf4694


Terugblik thema-avond dendrologie do. 17 maart 2016: “Wereldbomen”

 

Door: Willy v.d.Vorst

 

32 Belangstellenden waren gekomen om naar de lezing van Willy te luisteren over Wereldbomen.

Anders dan verwacht ging deze lezing niet over allerlei bijzondere bomen die over de hele wereld kunnen voorkomen. Wereldbomen zijn in dit geval de monumentale oude bomen in ons eigen land!

Via een PowerPoint-presentatie liet Willy ons voorbeelden zien van deze bomen en hoe ze moeten worden onderhouden zodat ze echt oeroud mogen en kunnen worden. Ze staan vaak op markante plekken in dorpen, steden of vergeten landgoederen en dragen een hele geschiedenis met zich mee. Ze hebben vaak grillige vormen en knoestige littekens door blikseminslagen, stormen en brand. Onder hun kruinen hebben zich allerlei dingen afgespeeld zoals geheime bijeenkomsten, dansfeesten, rechtszaken, kerkvieringen etc.

Door de verstedelijking hebben in de loop der jaren al veel bomen het veld moeten ruimen maar ook de groeiomstandigheden, de bestaansvoorwaarden van oude bomen en nieuwe aanplant, verslechteren vaak door verkeerd onderhoud. Als er niets aan gedaan wordt zullen, vooral in stedelijke gebieden, de bomen niet overleven en komen er steeds minder monumentale bomen in ons land.

Er zijn verschillende stichtingen die zich hiermee bezig houden: denk bv. aan de Bomenstichting (opgericht in 1970) en Stichting Wereldboom. Deze laatste is een jonge stichting die zich inzet voor realisatie en instandhouding van Wereldbomen. Ze doen dit door geld in te zamelen, voorlichting te geven en op zoveel mogelijk plaatsen groepen mensen te inspireren een wereldboom onder hun hoede te nemen. Deze vrijwilligersgroepen organiseren ook activiteiten bij deze boom o.a voor kinderen. Zo ontstaat er weer contact tussen mens en natuur.

Wilt u hier meer van weten kijk op www.wereldboom.com!

"Gazon is het sterfbed voor een boom"! Een uitspraak die we vaak van Willy hoorden op avonden die over bodemverbetering gingen. We zagen nu mooie praktische voorbeelden van het verbeteren van de boomspiegel door deze af te bakenen met boomstammen, muurtjes of gaas. De boomspiegel wordt dan vaak beplant met bodembedekkers en/of bemulcht met blad, houtsnippers etc. De grond rond de boom wordt nu niet meer belopen of bewerkt met machines. Pieren en mollen kunnen hun gang gaan voor de beluchting wat weer goed is voor een goede drainage. Zo ontstaat dan de belangrijke humuslaag voor een gezond bodemleven.


We zagen de volgende monumentale Nederlandse bomen:

De plataan in het Wasven in Eindhoven: de eerste wereldboom van Nederland

De Linde van Sambeek: de oudste Linde

De 2 Ollandse Beuken

De Mammoeteik van Sparrenrijk in Boxtel


Enkele bekende Europese bomen:

The Majesty Oak in Nonington bij Dover

In Heede (Duitsland) 1000-jarige Zomerlinde: oudste van Europa

 

Willy, het was een avond die helemaal aansloot bij de lezingen en verhalen die we eerder van je hadden over bodembewerking! Heel hartelijk dank!

Henny Custers.

 

 

Programma Dendrologie seizoen 2015-2016
DatumThemaSpreker
17 sept.2015 BladherkenningWilly
15 okt.2015 BoombastenWilly
19 nov.2015 Bomen en struiken voor BijenFrans Hoefnagels
17 dec.2015 TakkenWilly
21 jan.2016 CornusChris
18 feb.2016 Problemen in de tuinChris
17 mrt.2016 WereldbomenWilly van de Vorst
21 apr.2016 Markante bomenAd Brouwers
19 mei 2016 Excursie "Bomenwandeling Asten" Chris en Willy

 

 

 

Terugblik thema-avond do. 18 feb. 2016 "Uw Tuinproblemen"

Deze avond is anders dan anders. Chris, Willy en Huub zitten in de startblokken om de tuinvragen van de 28 aanwezigen te beantwoorden. De problemen die men bij het bijhouden van een tuin tegenkomt zijn heel divers. Er ontstond een geanimeerde discussie.

Chris had een aantal dikke vakboeken meegebracht. Mocht het zo zijn dat een vraag niet direct beantwoord kon worden dan kon het altijd nog opgezocht worden. Maar de deskundigheid is zo groot dat dit maar 1 keer nodig is geweest.


Een beknopt overzicht.

Boomwortels die een terras omhoog duwen: wortels tot 3 à 4 cm dik kunnen worden afgezaagd. De grond onder de wortels weggraven en nieuwe goede grond aanbrengen. Langs het terras worteldoek aanbrengen.


Cedrus deodara: hout der goden


Geen knoppen in rhododendron: mogelijk heeft de struik het te goed naar zijn zin en ziet geen noodzaak om bloemenknoppen te maken (Bloei is een overlevingsmechanisme).


Sapstromen in bomen: i.v.m. de zwaartekracht tot zo’n 130-140m hoog! Dit is mogelijk door de zoutoplossing in de sapstroom. Een ingewikkeld systeem, waar mensen nog lang niet het fijne van weten.


Groen uitgeslagen stoepen te lijf gaan met azijn, chloor, zout, maar dit kan uitspoelen naar je borders! Geen blijvend resultaat met deze middelen. Dit is natuur!


Snoeien Hydrangea paniculata (schapenkoppen): eind april.


Je kunt wortels van planten “snoeien” door de plant een stuk vanaf het midden rond te steken bv. als je Hydrangea te groot wordt, waardoor je een meer compacte plant krijgt die veel bloemen maakt. Een overlevingsmechanisme van de plant.


Gallen in forsythia: verwijderen, maar verder weinig aan te doen.


Perzikkrulziekte: geen enkele perzikstruik ontkomt eraan. Een andere fruitboom planten en/of perziken uit de supermarkt eten.


Er warenveel vragen over het bodemleven. De belangrijkste voorwaarde voor een gezonde tuin is het goed omgaan met de bodem. Composteren is de basis van de tuin!

Humusgehalte is goed voor bodemverbetering maar is geen voedingsstof voor bomen of planten.


Vooral geen chemische en dierlijke meststoffen gebruiken!


Snoeien van heester en bomen, snoeiafval versnipperen en verwerken in borders.

Afgevallen blad in de vaste plantenborders harken, heesters en bomen zijn blij met half gecomposteerde houtsnippers.

Een houtstrooisel-laag niet dikker maken dan 10cm.


Plantaardige korrelmeststof voor het gazon gebruiken.


Acer snoeien: mei, juni, juli. Bomen snoeien in de zomer! Denk aan de uitzonderingen hierop.


Bloeiende heesters zijn hierop een uitzondering: snoeien na de bloei met een aantal uitzonderingen.

Budleya: denk oa. aan zaden voor de vogels


Een gevarieerde avond met complimenten aan Chris, Willy en Huub die door hun grote deskundigheid, brede kennis en enthousiaste inzet een welverdiend applaus kregen.


Riet van den Boomen

 

Terugblik Thema-avond Dendrologie 21 januari 2016

Onderwerp: Cornus

 

O.l.v. Chris v.d. Wurff en Huub v.d. Boomen


Riet opende de avond door de 38 belangstellenden te verwelkomen. Ze had in overleg met Chris weer een prachtige PowerPoint-presentatie samengesteld over het onderwerp van vanavond: de Cornus. Daarnaast was Chris op zijn kwekerij met Huub op pad geweest om takken van verschillende soorten Cornus te verzamelen zodat deze (met benaming!) konden worden doorgegeven als de betreffende heester/boom aan de orde kwam.

Chris begon, op zijn bekende bevlogen manier, ons wegwijs te maken in de zeer uitgebreide wereld van de Cornus!

De Cornus is een heel groot geslacht: van bodembedekkers, kleine en grote heesters tot kleine en grote bomen. Hij komt bijna in alle continenten voor (niet in Australië). Het is een harde houtsoort en volgens Chris gaat het gerucht dat het Paard van Troye gemaakt werd van cornushout!

Op de PowerPoint-presentatie zagen we dat het geslacht Cornus in 5 groepen werd verdeeld. Elke groep bestaat dan weer uit meerdere soorten. Sommige soorten zijn heel zeldzaam of niet winterhard waardoor ze hier minder bekend zijn.

Bij elk voorbeeld kon men op het scherm telkens de afbeelding zien van de betreffende heester/ boom maar ook het blad, de bloem en eventuele vrucht en vaak nog een opname van de stam als deze heel bijzonder was! Dan werd ook de bijbehorende kale wintertak doorgegeven om de specifieke kenmerken goed van dichtbij te kunnen bekijken zoals kleur en vorm etc.

Chris demonstreerde hoe je een cornusblad altijd kunt herkennen: scheur het blad heel voorzichtig doormidden en dan blijven er altijd dunne draadjes tussen de twee helften zitten!

 

 

Bij GROEP 1 zagen we de kleinste Cornus nl. de C. canadensis. Een mooie bodembedekker met witte bloemen voor halfschaduw. Hij houdt van zurige niet te droge grond waar een bepaalde schimmel in moet voorkomen. De soort suecica (Zweeds) is inheems en beschermd.

 

GROEP 2 Cornus alba. Heesters die mooie gekleurde takken hebben in de winter. Ze kunnen echte blikvangers zijn in de wintertuin. Enkele bekende namen: Elegantissima met wit-bont blad en paarsrode takken, Siberica met echt rode takken, Racemosa met witte bessen aan rode takken, Winter beauty met oranje-gele takken etc. Ze moeten wel regelmatig worden gesnoeid omdat de nieuwe takken de diepste kleur hebben! De soort Amomum heeft blauwe bessen.

 

GROEP 3 Cornus alternifolia. Deze soort bestaat uit, vaak meerstammige, bomen. De alternifolia (bruin hout) wordt zo'n 12 meter en de controversa wel 25 meter hoog. De takken groeien horizontaal gelaagd boven elkaar en de bomen komen dan ook het mooiste uit als ze de ruimte hebben! De controversa 'Variegata' wordt in Amerika ook wel Weddingcake tree genoemd! De macrophylla is zeldzaam en het kenmerk van deze boom zijn de vierkante takken.

 

GROEP 4 Cornus florida. Deze kleine bomen komen uit Amerika en zijn wat moeilijke groeiers. Het uiteinde van de takken is grijs berijpt. Ze hebben veel sierwaarde: de schutbladeren aan de kleine bloem zijn groot en vaak wit of crème bv. bij de vroegbloeiende nuttallii of bij de later bloeiende kousa. Een mooie soort is bv. 'Eddie's White Wonder'! Een licht-rozige bloeier is bv. Cornus florida 'Cherokee Chief'. Ze verkleuren allemaal mooi in de herfst en krijgen vruchtjes (bv. kousa rode framboosachtige vruchtjes aan lange steeltjes). Het wintersilhouet bij deze groep is mooi omdat de nieuwe knoppen vaak duidelijk en talrijk aanwezig zijn. Kortom: mooie bomen voor kleinere tuinen (met niet te droge voedzame grond) die veel aandacht trekken!

 

GROEP 5 Cornus mas. Deze soort is inheems. Cornus chinensis is niet winterhard en minder bekend. Cornus mas bloeit vroeg met gele bloemen. De bessen zijn eetbaar en er wordt gelei of jam van gemaakt.


Chris bedankt voor je bevlogenheid en enthousiasme waarmee je ons wegwijs hebt gemaakt in de mooie wereld van de Cornus! Het was weer een interessante en leerzame avond. Ook Huub en Riet bedankt!

 

Henny Custers

Terugblik thema-avond Dendrologie 17 december 2015

Onderwerp: Takken van bomen en heesters
Onder leiding van Willy v.d. Vorst met medewerking van Chris v.d. Wurff en Huub v.d. Boomen
Na opening van de avond en het welkom heten van de 23 belangstellenden gaf Riet v.d. Boomen het woord aan Willy. Hij had samen met Chris gezorgd voor een groot aantal kale takken. Enkele aanwezigen hadden ook nog takken meegebracht.
De takken werden een voor een doorgegeven om te kijken wie ze kon determineren. Zoals verwacht was het vaak heel moeilijk om, zonder blad, bloem of vrucht de juiste naam te ontdekken!
Gelukkig gaven Willy en Chris regelmatig goede tips waar je op moest letten. bv.
Vorm van de tak
Een dikke rechte tak die aan het einde iets omhoog buigt (Catalpa) of een hele fijne vertakking (Acer palmatum). Kenmerk van de Kastanje: het laatste stuk van de tak wordt vierkant. Andere kenmerken aan een tak: plakkerig aanvoelend (Robinia viscosa) of kurkgroei op tak (Liquidambar).
De abrikoos (Prunus siberica) heeft veel lenticellen wat de tak ook heel herkenbaar maakt.
Vorm en plaats van knoppen
Een mooi voorbeeld was de Sering: altijd 2 knoppen naast elkaar aan het einde van de tak en de andere knoppen ook tegenover elkaar maar telkens een halve slag gedraaid op de stam. Knoppen op steeltjes bij de Kers bv.

Opvallende kleur van takken
Oranjebruin (Salix chermesina), rood, geel (Cornus alba Elegantissima en Winter beauty). Krijtachtig wit (Rubus biflorus).

De reuk van takken
Dit wordt vaak vergeten om te controleren maar kan juist de doorslag geven bij het determineren.
Prunus padus  heeft bv. een  bittere amandelgeur. Betula lenta heeft een hele sterke zoete geur: ruikt naar Badedas.
Het werd nog moeilijker als Chris vroeg bij welke familie hoort de gedetermineerde tak?
Het werd een lange avond met heel veel interessante informatie. Maar ook nu blijkt weer: heel veel herhalen en goed blijven kijken in de natuur!
Bedankt Willy, Chris en Huub!                       Henny Custers.

Terugblik Themaavond dendrologie 19 nov. 2015

Onderwerp: Bomen en heesters voor bijen
Door: Frans Hoefnagels
Na verwelkoming van de 20 belangstellenden door Riet v.d. Boomen legde Frans Hoefnagels uit dat hij het onderwerp zou behandelen dmv. een dia-presentatie waarna hij iedereen een tekstuitdraai gaf van de titels van de betreffende dia's.
Aan de orde kwamen de volgende onderwerpen:
1.    Bijen en andere vliesvleugeligen.
2.    Jaarrond voor de bijen belangrijke bomen (1e orde = groot, 2e orde = kleiner), heesters (3e orde) en dwergstruiken (4e orde)
3.    Vermeerdering van deze soorten.
4.    Broodnodige wisselwerking tussen overheid en imkerij.
1. Bijen horen tot de vliesvleugeligen evenals de hommels en wespen. Bijen zijn planteneters, wespen daarentegen vleeseters. Nederland kent wel zo'n 350 bijensoorten. Vanavond gaat het vooral over de Honingbij. Bijen zijn heel belangrijk voor ons omdat ze bomen heesters en planten bestuiven en zo voor hun voortbestaan zorgen. Omgekeerd hebben de bijen deze allemaal nodig om te kunnen overleven. De Honingbij leeft in een volk dat bestaat uit koningin, werksters en darren. De wersters halen het hele jaar stuifmeel en nectar uit bloemen. Stuifmeel levert eiwit, zetmeel, vet, mineralen en vitamines en is het voedsel voor de larven. Bijen kunnen dit stuifmeel meenemen in de korfjes aan hun derde stel pootjes. Ook bij de hommel gebeurt dit. Honing is de  energievoorraad voor de winterperiode. Van de nectar wordt honing gemaakt. Kleinbloemige Bomen, heesters en planten met kleine bloempjes zijn ideaal voor de bij omdat er heel veel stuifmeel en nectar in zit en de bij er goed bij kan.
2. Het is dus belangrijk dat de bijen jaarrond voedsel kunnen vinden. We zagen op de dia's   bomen, heesters en planten met verschillende bloeitijden. Van voorjaar tot zomer bv. Vroege Viburnum, Acer, Vlier, fruitbomen etc. Daarna, Robinia en in de zomer voornamelijk Lindes weer later bv. Clethra,  Parelbes en Heptacodium miconioides. Daarnaast zijn er jaarrond nog de vaste planten en eenjarigen.
3. Op de dia's konden we eveneens de vermeerdering zien via zaaien, stekken, afleggen etc.
4. Na deze uitleg over de bijen en wat ze nodig hebben kun je je goed voorstellen hoe belangrijk een goede wisselwerking is tussen de overheid en de imkerij. Aandacht over hoe polders worden ingericht, hoe de provincie bermen langs wegen aanplant en vervolgens beheert en welke verschillende soorten bomen en heesters een gemeente moet planten in straten en plantsoenen!
Het was een avond met veel informatie waar we ook bij het inrichten van onze eigen tuinen over moeten nadenken!
Frans bedankt !    Henny Custers.

Terugblik Thema-avond 15 okt. 2015: Boombasten o.l.v. Willy van de Vorst

Onderwerp: Boombasten o.l.v. Willy van de Vorst.
Riet v.d. Boomen verwelkomde de 18 belangstellenden en legde uit dat Willy eerst aan de hand van foto's de zeer geslaagde excursie naar Borkener Paradies van zondag 6 september zal bespreken. (Voor het verslag: zie de website afdeling Dendrologie)
Aan de hand van weer een door Riet samengestelde PowerPoint-presentatie begon Willy daarna aan de bespreking van de basten van de getoonde bomen.
Allereerst kregen we een duidelijke dwarsdoorsnede van een stam te zien.
Vanaf de buitenkant:
1.    De schors en de bast. De schors is het buitenste dode deel en bestaat uit kurk.
2.    Het cambium: vormt nieuwe cellen. Door Willy de hersenen van de boom genoemd.
3.    Spint en Kernhout: dit zorgt voor de water- en voedselhuishouding. Het is belangrijk dat de boom voldoende humus aangeboden krijgt! Wil men hierover meer weten: zie website gevoelvoorhumus.nl

Daarna worden de diverse (volwassen) boombasten bekeken en besproken. Daarbij komen ook de diverse ziektes van boomsoorten aan de orde. Die ziektes zijn soms goed te zien op de stam zoals bij de eikenprachtkever bijvoorbeeld, die bij de zomereik hele gangen vreet op de schors.
We zien mooie stammen van de Berk, de Beuk, de Els, de Heptacodium, de Kastanje, de Robinia, de Aardbeienboom etc., etc. Op de foto's zijn dan de hele bomen te zien met blad, vruchten, zaden enz. Het herkennen is dan toch iets gemakkelijker! Dat merken we als Willy stukken hout met schors gaat doorgeven. Wat een moeilijke materie! Zeker als er geen uitgesproken kenmerken zijn zoals bijvoorbeeld de witte vlekken bij een Berk, de horizontale strepen bij de Prunus en de afbladderende stam bij de Heptacodium.
Alles bij elkaar was het weer een zeer boeiende avond. We merken toch iedere keer dat we veel  moeten blijven kijken en herhalen.
Willy en Riet bedankt!                Henny Custers.

Thema-avond do. 17 dec. 2015 Takken

Do. 17 dec. 2015 20u. in het Klok en Peel Museum, Ostaderstraat23, Asten

Bomen herkennen in de winter is moeilijker dan anders. In de winter kun je niet zien hoe het blad van een boom eruit zit. Deze avond staat geheel in het teken van determineren. Willy vd Vorst brengt een aantal kale takken van houtachtige gewassen mee. Het is aan u om te raden van welke plant deze tak afkomstig is. Natuurlijk gaat Willy u hierbij helpen met een aantal foefjes om deze takken te determineren.

Deze thema-avond vindt plaats op donderdag 17 december a.s. in de educatieruimte/filmzaal van het Klok en Peel Museum, Ostaderstraat 23 in Asten en begint om 20.00 uur. Toegang niet-leden € 2,--.

Terugblik Thema-avond do. 17 sept.2015 Thema: Bladherkenning

Onderwerp: Bladherkenning o.l.v. Huub v.d. Boomen en Willy v.d Vorst
Op deze eerste binnen-bijeenkomst van het nieuwe seizoen 2015-2016 mag Riet v.d.Boomen 25 belangstellenden verwelkomen. Ze heeft weer een mooie PowerPoint-presentatie samengesteld met opnames van 34 bladsoorten en stelt voor dat de aanwezigen, voordat Huub begint met de uitleg en doorgeven van takken, hun parate kennis over Bladherkenning testen door te proberen per afbeelding de naam op te schrijven! Dit blijkt een niet gemakkelijke klus! Later op de avond zal de uitslag bekend worden gemaakt.
Huub bespreekt dan de takken met bladeren die hij heeft meegebracht en deze worden doorgegeven.
 
De eerste grote indeling:
 
1. Enkelvoudige bladeren (Eik, Beuk of Plataan bv.) Deze kunnen tegenover elkaar aan de tak staan of verspreid.
 
2. Samengestelde bladeren (Lijsterbes, Vlier of Es bv.)
 
Bij het determineren speelt ook de vorm van het blad een belangrijke rol. (per variëteit van de soort kan dit weer anders zijn!)
 
1. Hartvormig (Cercidiphyllum, Idesia, Linde bv.)
 
2. Gelobd (Eik, Plataan, Amberboom bv.)
 
3. Langwerpig (Walnoot, Laurier, Wilg bv.)
 
4. Enkelvoudig "simpel" (Beuk, Populier, Vaantjesboom bv.) Voor herkenning kan bij deze bladeren worden gelet op gladde of gekartelde rand, nerven al of niet tegenover elkaar, glad of fluwelig blad, mat of glanzend, event. geur etc.
Na de pauze werden de laatste takken besproken en doorgegeven. Riet liet daarna de afbeeldingen via PowerPoint nog een keer zien met benaming zodat iedereen de eigen score kon bekijken. Meer dan de helft goed was al een hoge score!! Het blijft moeilijk, dus vaak herhalen!
 
Er was geen tijd meer over om de excursie te bespreken van zondag 6 sept. naar Borkener Paradies. Dit schuift door naar do.15 oktober. Het onderwerp zal dan Boombasten zijn i.pl.v. Takken. Dit laatste onderwerp verschuift naar 17 dec.
 
Weer een leerzame avond. Bedankt allemaal! Voor de gemaakte foto's tijdens de avond wordt verwezen naar het foto-album.   Henny Custers

 

 

Verslag van de excursie naar Borkener Paradies

Op zondag 6 september om 07.30u. zijn we met 8 personen vanuit Asten vertrokken naar Borkener Paradies bij Versen/Meppen in Duitsland.
 
Deelnemers: Willy van de Vorst, Herma Burgstaller, Frans van Eijk, Toon van Eijk, Maria en Ricus van Neerven, Jan Franssen en Riet van den Boomen.
 
We haddenen een vol programma voor de boeg met een bezoek aan vier verschillende lokaties die door Willy waren uitgezocht. Het was een reis van ongeveer 250 km. De sfeer was uitstekend en de deelnemers gaven te kennen dat ze het heel prettig vonden dat de groep klein was.
 
Rond half 10 maakten we, om de wat lange reis te onderbreken, een stop voor koffie en gebak, waarna we nog een kleine 35 km voor de boeg hadden. Aankomst in Borkener Paradies om 10.45u. na een voorspoedige reis met Willy als ervaren chauffeur van het busje. We hebben een uitgebreide wandeling gemaakt door het prachtige park met deskundige uitleg van Willy.
 
Borkener Paradies is een heel prachtig natuurgebied. Het bijzondere eraan is dat het nog ongeveer zo is als het ontstaan is en zoals het zich ontwikkeld heeft. Het is feitelijk een Middeleeuws weiland. Het gebied ligt op oude zanderige rivierduinen, in de oksel van een afgesneden rivierarm van de Ems, over de grens bij Emmen.
 
Er waren enorm grote en oude bomen te zien, o.a. eiken die hier, doordat er nauwelijks menselijk ingrijpen is geweest, in hun eigen typische vorm hebben kunnen uitgroeien. Mooie open landschappen met o.a. heide, rendiermos, sleedoorn, duindoorn enz.
 
 
 
Ik heb hieronder een stukje gekopieerd van internet. Het geeft een uitstekend beeld van wat er te zien is en de waarde van het gebied.
 
“Men spreekt hier over zogenaamde Hudewalden. De mooiste en meest complete cultuurlandschappen die je nog maar op zeer beprekte schaal kunt aantreffen.
 
Het beschrijft precies wat het was, een bos waar mensen uit het dorp hun vee (koeien, geiten, schapen, paarden en varkens), gezamenlijk (lieten) hoeden, vaak onder begeleiding van een kind of een bejaarde, die aan het eind van de dag de dieren weer mee terug naar het dorp voerde om er misschien een emmertje melk, maar bovenal de mest (de laatste was een uiterst cruciale en levensnoodzakelijke grondstof in het Middeleeuwse bestaan) te oogsten en te verzamelen.
 
Het gebied is slechts 33,4 hectare groot en bevat op dit kleine stuk grond rond 230 soorten wilde planten. Beeldbepalend zijn ook de diverse bloemrijke bosweiden, omzoomd en doorzoomd met bosrandvegetaties van vele kruidachtige planten tot diverse lichtminnende struik- en boomsoorten die zich vaak tegen het grazende vee beschermen met stekels en waar, binnen de beschermende mantel van die stekels, zeer graag gegeten soorten veilig opgroeien zoals eik, hazelaar, linde, es, wilde appel, wilde peer, wilde kers, gelderse roos, wegedoorn, framboos, hulst, kardinaalsmuts, enkele haagbeuken, een paar zwarte populieren, enzovoort. Door het mooie samenspel van begrazing en regeneratie van struwelen van sleedoorn, meidoorn, rozen, duindoorn enzovoort, gaan bos en grasland in vele gradaties in elkaar over. Dergelijke bosranden met mantel- of zoomvegetaties staan bekend om hun grote hoeveelheid bloeiende kruiden en hun rijke vlinder- en vogelbevolking. De grote structuurvariatie van het gebied geeft ruimschoots mogelijkheden voor ondermeer braamsluiper, grasmus, zwartkop, grauwe klauwier, nachtegaal (veel), buizerd, grote bonte specht, groene specht, wielewaal, boomklever, boomkruiper, boompieper, sprinkhaanrietzanger, houtsnip, torenvalk, ijsvogel, paapje en grauwe klauwier.
 
De oude bemoste eiken die in het gebied voorkomen, zijn bepaald indrukwekkend. Het zijn kenmerkende hudewaldbomen: korte zeer dikke stammen met wijde en ver reikende bijna horizontale takken, die een boom tot een echte boom maken. Vergelijk dit eens met de opgesnoeide groeivormen, bestaande uit lange staken en weinig kruin die we steeds meer langs onze wegen aantreffen. Deze vroeg vertakkende oude bomen met enorme kruinen zijn overigens van nature de broedplaatsen van bijvoorbeeld de ooievaar. Helaas is er nog maar ruim 30 ha Borkener Paradies overgebleven, te klein voor soorten als ooievaar, of korhoen. Naast eiken vind je er ook essen en haagbeuken en soms een esdoorn, linde of gladde iep.
 
Het landschap is er zeer gevarieerd: grazige bosweiden, boszomen, bosjes, open begraasde rivierduintjes, verlandingszones en de overgangen daartussen, die het gebied een parkachtig karakter geven. Heel zelden nog wordt het gebied door de rivier overstroomd, wat een dynamiek met sedimenterende processen teweeg brengt.
 
 
 
In dit halfopen parkachtig boslandschap krijg je een goed beeld van de invloed van grote grazers op de vegetatie. De sporen zijn overal te herkennen. En natuurlijk de mens daarachter, hoe hij er zijn vee weidde en oude eiken vooral niet als kachelhout zag, maar integendeel als belangrijke voedselbron waar je eeuwen plezier van kon hebben: hoe ouder, hoe rijker de mast aan eikels die zeer voedzaam is voor het vee. Maar ook het loof werd in historische tijden geoogst en het bracht in gedroogde vorm het vee de winter door. We kunnen ons dat tegenwoordig niet zo gemakkelijk meer voorstellen, maar de bomen waren voor het vee soms belangrijker dan het gras. Dat was eigenlijk vooral in het voorjaar en de herfst attractief, de schrale zanderige bodems zijn zonder kunstmest maar beperkt productief. Op de meer voedingsrijkere sedimenten van overstromend rivierwater is dat wel een stuk beter. Later in het seizoen groeide in het voedselpakket het aandeel zaden, ook wel mast genoemd en waarvan eikels het meest gewild zijn, maar vooral het loof van bomen en struiken. Het wintervoedsel bestond veel uit afgesneden twijgen met loof die gedroogd de dieren door de winter hielpen.
 
Nog steeds gaan door het mooie samenspel van begrazing en regeneratie van struwelen van sleedoorn, meidoorn, rozen, enzovoort, bos en grasland geleidelijk in elkaar over. Dergelijke bosranden met mantel- en zoomvegetaties staan bekend om hun vele soorten en aantallen bloeiende kruiden die op hun beurt zorgen voor een rijke vlinder- en vogelbevolking. De vegetatie bestaat dus uit veranderende mozaïeken van open terrein, doornig struweel en bos. Op dit moment bestaat ongeveer eenderde uit bos en tweederde uit open ruimte als grasland en stuifzand. De bodems bestaan voor het grootste deel uit droog fijn (stuif)zand met lagere grondwaterstanden. Voor een klein deel uit vochtige, zwak lemige bodems, met hogere grondwaterstanden die, door modern watermanagement steeds minder periodiek onder water staan. Een klein deel van de bodems bestaat uit riviersedimenten.
 
Op weinig plekken beleef je het voorjaarsgevoel zo intens als in het Borkener Paradies in een door sneeuwwitte bloeiende zomen van sleedoorns bezwangerde zoete voorjaarslucht. Helaas wordt dit de laatste jaren verstoord door een steeds drukker wordende provinciale autoweg op de achtergrond. Het is naast de landbouw ook het verkeer dat via de uitstoot voor onnatuurlijke en hoge bemestingen zorgt die tot soortenarmoede dwingt. Omdat het Borkener Paradies al heel lang gemonitoord wordt is inderdaad vastgesteld dat daardoor het spectrum wilde plantensoorten afneemt.”
 
 
 
Om 12.30u. picknickten we in het park aan het water van de Ems in gezelschap van een aantal paarden en koeien. Het weer was prima. We hebben maar een paar regendruppels gehad en 1 kort buitje in de tijden dat we buiten waren en een paar buien toen we met het busje onderweg waren naar de volgende bezienswaardigheid. Geluk gehad!
 
Rond 14.00u. vertrokken we naar Tinner Loh op zo’n 30 km van Borkener Paradijs. We maakten een korte wandeling door voornamelijk naaldhoutbos naar een prachtig beukenbos met zeer oude en majestueuze bomen. Zoals Herma heel terecht opmerkte hing daar een totaal andere sfeer dan in Borkener Paradies.
 
Vervolgens reden we nog verder noordelijk naar Heede om tegen 16.00u. een reusachtige 1000-jarige linde (Tilia Europea) te bezichtigen. Indrukwekkend! De stam heeft een doorsnede van 5m. en een kruinomtrek van 16m. Hij staat helaas in een slechte biotoop. De grond rondom de boom wordt te veel schoongemaakt wat ten koste gaat van de boom. De takken zijn allemaal getuid en het is de vraag hoe lang hij het nog vol gaat houden.
 
Er staat nu meer wind maar een dun zonnetje komt tevoorschijn.
 
Dan onvermijdelijk weer terug naar Nederland, naar Arnhem, voor een bezoek aan “Willy’s eik”, een gigantische eik van 800-1000 jaar oud. Met een kruin van 48m. Gigantisch! Willy kan hier met recht trots op zijn.
 
Toon en Frans van Eijk worden hier bij hun naamgenoot samen op de foto gezet.
 
In de buurt dronken we rond 18.30u. in een bruin café een glas om vervolgens In Zeeland in Het Witte Huis de dag af te sluiten met een etentje. Willy kreeg een presentje aangeboden als dank voor de zeer geslaagde, interessante en indrukwekkende dag.
 
Om 22.45u. weer veilg terug in Asten.
 
Voor een selectie van de gemaakte mooie foto’s van deze dag: zie het fotoalbum. Riet van den Boomen

Terugblik buitenexcursie do.16 apr.2015 Stadswandelpark Eindhoven

Terugblik buitenexcursie Dendrologie, donderdag 16 april 2015.
Locatie: Stadswandelpark  Eindhoven.
O.l.v. Willy v.d. Vorst en Chris v.d. Wurff.
Riet v.d. Boomen verwelkomde om 7 uur de 27 belangstellenden in het Stadswandelpark in Eindhoven. Deze buiten-excursie is de laatste dendrologieavond van dit seizoen. De geplande excursie naar het Borckener Paradies in mei is nl. verschoven naar september van het nieuwe seizoen.
Het Stadswandelpark is in 1921 ontworpen door Leonard Springer en Derk Tersteeg. Kenmerkend voor Springer zijn de gebogen én rechte paden die door het park lopen.
Veel van de bomen in het park zijn toen aangeplant maar later zijn er ook nog bomen bijgekomen.
We begonnen onze wandeltocht door het park bij een grote bolesdoorn (Acer platanoides). Willy herhaalde hier wat hij op verschillende thema-avonden al verteld heeft over de veranderde inzichten in de loop der jaren t.a.v. onderhoud en snoeien van bomen en heesters.
Ten tijde van de aanleg van het park plantte men de bomen (net als in de Engelse landschapstuinen) in het gras. Dit loopt door tot aan de stam. Grasmaaimachines drukken de grond vast aan. Gras en blad worden verwijderd en er is geen mulchlaag mogelijk op de boomspiegel zoals men dat tegenwoordig volgens de nieuwe inzichten doet. Het gras onder deze  boom voelde net zo hard aan als het geasfalteerde pad ernaast! De boom kan zich dan niet goed ontwikkelen. We zagen ook grote openingen in de stam op plaatsen waar vroeger takken zijn afgezaagd. Hierin verzamelen zich schimmels, insecten en vocht dat diep de stam in kan trekken en deze verzwakt waardoor de boom langzaam afsterft. Tegenwoordig zaagt men hooguit 1/3 van een tak af.
Chris vulde  Willy aan als het ging om de juiste benaming, geschiedenis en herkomst van de bomen. Wij mochten dan eerst een gokje wagen naar de juiste naam maar daar zijn we bij de meeste bomen voor gezakt! Bomen herkennen met blad is al vaak lastig. Zonder blad of bloem is het wel heel moeilijk! Chris wees ons op de Cryptomeria Lobbii (Japan) die aan de takken regelmatig bollen vormt. Dit geeft een heel mooi silhouet tegen de lucht.
We zagen prachtige stammen van bv. Acasia, Parrotia persica (ook vierseizoenen boom genoemd omdat hij elk seizoen mooi is), Quercus frainetto (Hongaarse Eik).
Bekend in het park zijn de Acer saccharinum ofwel witte Esdoorn (vanwege de grijze onderkant van de bladeren) en de Betula nigra ofwel zwarte Berk (veel katjes!)
Prachtig was het silhouet van de Crataeges (Meidoorn) door de ontelbare decoratieve bloemknoppen aan de kale takken.
Willy wees ons bij een oude eik nog op een bijzonderheid: twee takken die elkaar raken vergroeien op het raakpunt met elkaar, waardoor ze elkaar verstevigen en dus niet zo snel kunnen afbreken.
Prachtig waren natuurlijk de silhouetten van de bomen in deze periode maar Chris vertelde bij verschillende bomen over de bloeiwijze, het aparte blad of de bijzondere kleur vruchten etc. Het zal dus zeker de moeite waard zijn om in de diverse seizoenen het Stadspark nog eens te bezoeken!
Het was weer een prachtige leerzame avond. Willy en Chris bedankt!
Henny Custers.

Terugblik Thema-avond Dendrologie do. 19 maart 2015

Onderwerp: Acers in de breedte
O.l.v. Chris van der Wurff en Huub van den Boomen
Riet v.d. Boomen verwelkomde de 30 belangstellenden en legde meteen uit dat het geslacht  Acers zo uitgebreid is dat Chris voor deze avond een selectie had moeten maken. Hij had 14 groepen Acers uitgekozen, ook zeldzame. Elke groep werd weer ingedeeld in meer of minder soorten. In totaal werden door Chris 45 grote en kleine Acers behandeld aan de hand van een prachtige, door Riet gemaakte, PowerPointpresentatie. Per soort konden we op het scherm een boomsilhouet en/of stam, blad, bloeiwijze, vrucht en evt. herfstkleur bewonderen.
Daarnaast had Chris van de te bespreken Acersoorten een aantal takken meegenomen om bepaalde eigenschappen nog eens van dichtbij te kunnen bekijken. Bv. de tak van de slangebastesdoorn waar je een waslaag op de bast kunt voelen.
Eigenschappen.
Er bestaan Acersoorten die  uitgroeien tot hele hoge bomen (bv. Acer Rubra saccharin). We zagen die bv. bij de excursie op landgoed Kasteel Geldrop. Mooie woeste schilferende bomen.
Er bestaan verder allerlei maten. De kleinste vallen in de groep Palmata en zijn geschikt voor kleine tuinen.
Een Acer is geen moeilijke boom: ze houden van een humusrijke grond met een goede waterhuishouding. Dit laatste is van groot belang omdat een Acer anders last krijgt van taksterfte door een Verticillum. Ook kan er meeldauw optreden bv. bij de Acer campestre.
Acers hebben gevleugelde vruchtjes en deze ontstaan soms door zelfbestuiving en soms door kruisbestuiving en kunnen van kleur en vorm verschillen bv. heel apart: A. Lithocarpa diabolicum (duivelsesdoorn).
Chris besprak daarna alle soorten en wees ons op aparte kenmerken bv.:
De bast is felgroen bij parviflora nipponicum, wit bij macrantha tegmentosum, schilferig bij A. heldreichii en bij maximowiczianum is alles aan de boom behaard.
Bladeren kunnen groot of klein zijn met veel of weinig punten en de stachyophyllum heeft zelfs langwerpig blad.
De herfstkleuren waren ook heel erg verschillend:
Huub had van de Acer palmata een zestal verschillende soorten in pot meegebracht. Deze besprak hij na de pauze. De atropurpuria is algemeen bekend met zijn donkere blad. Een nieuwere is bv. bloodgood met een hele mooie geeloranje-rode kleur. De seiryu heeft heel fijn ingesneden groen blad aan rode takken. Het blad verkleurt in de herfst aan de randen naar oranje.
 
Een geweldig boeiende avond door de uitleg van Chris en Huub samen met de prachtige en duidelijke PowerPointpresentatie.
Chris, Huub en Riet bedankt!
Henny Custers

Thema avond dendrologie: “Acers in de breedte” do. 19-03-2015

Acers is de Latijnse benaming voor esdoorns. Deze prachtige planten zijn het thema van deze avond. Esdoorns zijn er in allerlei prachtige kleuren, groottes en vormen. Ze groeien na genoeg bijna overal. Het unieke aan deze bijzondere plant is dat deze vrij van insecten is, dus geen last van rupsen in je tuin. Chris van der Wurf, Willy van der Vorst en Huub van den Boomen zullen o.a. de familie van de Japanse esdoorn behandelen.
U bent as. donderdag 19 maart 2015 om 20:00 van harte welkom in de educatieruimte/filmzaal van het Klok en Peel Museum Asten, Ostaderstraat 23, 5721 WC Asten. Toegang niet-leden € 2,-

Terugblik Thema-avond dendrologie op do. 19 feb. 2015

Onderwerp: Rhododendrons.
O.l.v. Chris v.d. Wurff, Huub v.d. Boomen en Willy v.d. Vorst.
 
Al voor de opening van de avond door Riet v.d. Boomen konden de 40 belangstellenden in de stemming komen door de prachtige opnames van Ricus van Neerven van hele oude bloeiende Rhododendrons in diverse Engelse tuinen.
Chris begon de avond met uitleg over de herkomst, de indeling en de eisen aan de standplaats van de Rhododendron.
Huub vertelde daarna, aan de hand van een aantal meegebrachte soorten, hoe deze worden gekweekt en waar men op moet letten bij aankoop.
Willy gaf tenslotte nog een korte aanvulling over de standplaats en verzorging.
 
Rhododendrons (Rozenboom) worden al heel lang gebruikt in onze tuinen als goed groeiende, rijkbloeiende, winterharde en groenblijvende planten.
 
Herkomst:
Ze komen oorspronkelijk voor op het noordelijke halfrond, zowel in warme als koude gebieden bv. in de bergen van de Himalaya, Amerika en de Alpen en zelfs in Australië. Ze zijn niet inheems.
 
Familie:
De Rhododendron hoort tot de familie van de Ericacea.
Hierbij horen ook de Azalea (groenblijvend en bladverliezend) en de Ledum. Deze vallen tegenwoordig onder de Rhododendrons.
Er bestaan wel 1200 verschillende soorten en daarnaast meer dan 12000 variëteiten en dan nog de kruisingen.
 
Indeling:
Groenblijvend en bladverliezend.
Naar soort bladeren, deze kunnen glad zijn of met wimpertjes.
Naar vorm van blad. Hoe groter hoe beter bestand tegen de vorst.
 
Standplaats:
Liefst in zure, goed doorlatende grond en afhankelijk van de soort zowel zonnig als in de schaduw, mits er maar voldoende vocht is. Belangrijk is de plant altijd goed te mulchen. Het wortelgestel van de Rhododendron is klein en compact: de plant kan daarom ook goed in een kuip groeien.
 
Ziektes:
Het zijn sterke planten als de groeiomstandigheden goed zijn. Bruine knoppen kunnen ontstaan door strenge vorst maar echte knopsterfte wordt veroorzaakt door de cicade die eitjes legt in de knop: knoppen verwijderen en afvoeren.
 
Kweken:
Een jaar na het stekken verwijdert men de knoppen uit de plant (bespaart energie) en wordt deze eventueel gesnoeid om een mooie compacte vorm te krijgen.
 
Enkele soorten door Huub meegebracht:
R. Catawbiense Grandiflorum.
Een oude, veel gebruikte soort die zich uitzaait en daardoor ook een plaag kan worden.
R. Ponticum.
Een robuuste plant voor grote tuinen met vaak rood hout. Goed winterhard.
 
R. Yakushimanum.
Deze heeft een compacte groeiwijze en wordt veel voor kleinere tuinen gebruikt.
 
Aanschaf:
Alle soorten hebben diverse kleuren, vormen en afmetingen van bloemen. Daarom is het advies: koop de planten in bloei! Let verder op de groeiwijze en hoogte van de plant.
 
Chris, Huub en Willy bedankt voor de interessante en boeiende avond. Voor de tijdens de avond gemaakte foto's wordt verwezen naar
het foto-album.
 
Henny Custers

Thema-avond dendrologie do. 19 feb. 2015 Rhododendrons

Deze thema-avond wordt verzorgd door Chris van der Wurff, Willy van de Vorst en Huub van den Boomen en staat geheel in het teken van de rhododendrons. Deze belangrijke tuinplant komt van oorsprong uit de Himalaya, Amerika en de Alpen. De rhododendrons zijn te verdelen in species(wilde soorten): Hybriden, Azalea,en de dwerg-rhododendrons
Deze tuinplanten groeien in deze landen vaak hoog in de bergen en bloeien met prachtige bloemen.Het zijn winterharde groenblijvers,wat zeer bruikbaar is in onze tuinen.Vermeerdering van deze plant kan door te zaaien stekken en enten.
Alle rhododendrons-liefhebbers zijn donderdag 19 februari 2015 om 20:00 van harte welkom in de educatieruimte/filmzaal van Klok en Peel Museum Asten, Ostaderstraat 23, 5721 WC Asten. Toegang niet-leden € 2,--.

Verslag thema-avond dendrologie do. 15 jan.2015

Verslag thema-avond Dendrologie, donderdag 15 januari 2015.
Onderwerp: Enten
O.l.v. Chris v.d. Wurff
 
Voor de pauze legt Chris uit welke methodes er zijn om planten te vermeerderen met de voor- en nadelen. Na de pauze demonstreert hij voor een camera hoe het enten in zijn werk gaat. Dit wordt dan via de beamer op groot scherm geprojecteerd zodat de 20 belangstellenden dit van dichtbij kunnen volgen.
Het vermeerderen van planten gebeurt vanouds al door: 
1. Zaaien
 
Voordelen: er komen veel zaailingen uit met kans op variatie en het groeit snel.
De onderstam voor enten wordt vaak op deze manier gekweekt.
 
2. Stekken
Voordeel: geeft planten die gelijk zijn aan de moederplant.
Nadeel: het aangroeien lukt niet altijd en duurt lang.
 
3. Oculeren
Dit gebeurt bv. bij het vermeerderen van rozen op een wilde onderstam en lage fruitbomen.
 
4. Enten
Hierbij gaat men uit van een goed gewortelde vitale onderstam van goede kwaliteit (bv. goed bestand tegen bodemziektes) en 'n tweede tak, met andere eigenschappen, die op de onderstam wordt vastgemaakt. Een voorbeeld is bv. een onderstam van de gewone Larix met een ent van de Larix pendula. Zo ontstaat een afhangende Larix op stam.
 
Wat heeft men nodig om goed te kunnen enten?
 
A.  Een gewortelde onderstam van goede kwaliteit.
B.  Een vitale jonge tak van dezelfde dikte als de onderstam. De groei gaat nl. via het cambium, dus dat moet elkaar na het snijden goed raken. Verder moeten de twee takken van dezelfde familie zijn of zo dicht mogelijk erbij.
C.  Een speciaal entmes van goede kwaliteit. Het kenmerk is dat dit mes maar aan een kant geslepen is. Er zijn dus messen voor rechts- en linkshandigen.
D.  Bindmateriaal om de twee helften bij elkaar te houden: dit kan een soort elastiek zijn of band.
E.  Speciale entwas om de ent te beschermen tegen uitdrogen.
 
Bij enten is een goede planning van groot belang. Waar moet men op letten?
 
A.  Knip in wintertijd bij goede temperatuur (geen vorst) de enten en bewaar ze koel en vochtig.
B.  Ent ze pas op de onderstam als daar de groei in komt in het voorjaar, zodat alles meteen aantrekt.
C.  Precisiewerk bij het snijden: juiste lichaamshouding, goede greep bij het vasthouden en gebruik van het entmes, schoon afdekmateriaal.
D.  Doorwerken zodat de ent niet uitdroogt.
 
Na de pauze heeft Chris voor de camera de verschillende manieren van snijden van de ent gedemonstreerd (zie foto's in het foto-album).
Verder werden er verschillende stammen en geënte planten doorgegeven.
 
Het was weer een interessante en boeiende avond. Chris bedankt!
 
Henny Custers.

Dendrologie ook iets voor u!

Hierbij gaat het om kennis van houtige gewassen.
Dus alles wat niet tot de vaste planten hoort, daar begint dendrologie. Natuurlijk zijn dat de bomen en de struiken, maar ook rozen, frambozen, heide, hortensia‘s, viburnums, rododendrons, coniferen enz. enz. Alles wat op den duur kan verhouten.
De Werkgroep Dendrologie brengt mensen met elkaar in contact die liefhebberij hebben in bomen en andere houtige gewassen en/of er beroepshalve mee bezig zijn. Van elkaar valt veel te leren.
Hoe herken je ze, hoe gebruik je ze, waar vind je ze, waar komen ze vandaan.
De bedoeling van de werkgroep Dendrologie is het vergroten van de kennis van bomen en houtige gewassen. Dit betreft zowel praktische als theoretische kennis. De werkgroep komt 9x, van september tot en met mei, bij elkaar op de 3de donderdag van de maand in de het Klok en Peel Museum, Ostaderstraat 23 5721 WC, Asten. Het programma bestaat uit 7 themabijeenkomsten en twee excursies. Het volledige programma is te vinden op onze site.
Tijdens deze avonden kunnen allerlei onderwerpen aan de orde komen zoals: voorjaarsbloeiers, herfstkleuren, takkleuren, al of niet bladhoudend, zaaien en andere vermeerderingstechnieken, gebruik van dood hout, snoeien, vruchten en zaden, mooie winterkenmerken, kleuren van bomen, oculeren, enten, enz.
Ook is het mogelijk dat u zelf onderwerpen die uw belangstelling hebben, kunt aandragen. U kunt er dan voor kiezen om zelf (een deel van) de avond in te vullen of dat door de werkgroep te laten doen. Hierbij is (bijna) alles mogelijk.
Het laatste kwartier van iedere thema-avond is gereserveerd
voor het “Vragenkwartiertje”. Hierbij kunt u iedere vraag op tuingebied voorleggen aan de werkgroep. Het hoeft dan niet alleen te gaan om houtachtige gewassen, maar ook bv. over onderhoud van gazons, wat is wel of niet geschikt voor een kleine tuin of welke andere vraag u maar heeft. U kunt er uw voordeel mee doen!
De werkgroep wordt begeleid door zeer goede vakmensen zoals Dhr. Chris v.d. Wurff, Dhr. Willy v.d. Vorst en Dhr. Huub van den Boomen.
Meer informatie over de inhoud van het komende jaarprogramma van de werkgroep vindt u ook op onze website: asten.groei.nl
Ook niet-leden zijn welkom. Zij betalen een bijdrage van € 2,- per avond.
Wij nodigen u van harte uit om deze boeiende, leerzame en gezellige avonden te bezoeken! Voor een indruk van het programma wordt naar onderstaande artikelen en naar het jaarprogramma van onze vereniging verwezen.
meer
14
Sep
Hill Station Cameron - Blik op de Tuin no. 867
14
Sep
De omgekeerde wereld